Publicatie in het juridische tijdschrift Sancties

De leefomstandigheden van gevangenen in Hong Kong, Thailand en Maleisie.

Audrey Wolffs schreef naar aanleiding van haar scriptie over de leefomstandigheden in gevangenissen in Hong Kong, Thailand en Maleisië een tweetal artikelen, waarvan een in het juridisch magazine Sancties en een in het magazine Article 2 van de Asian Human Rights Commission te Hong Kong. Eerstgenoemde artikel kunt u hieronder lezen.

Door de gratieverlening aan George Ofosuhene en Pedro Ruyzing en de zaak van Machiel Kuijt in Thailand is er de laatste tijd meer aandacht in de media besteed aan de omstandigheden waarin gevangenen in andere landen moeten leven. Vaak zijn deze omstandigheden schrijnend en in strijd met vele internationale regels en beginselen.
Hoe schrijnend deze omstandigheden in Azië zijn heb ik onderzocht gedurende een afstudeerstage van een half jaar bij de Asian Human Rights Commission in Hong Kong, waarbij ik me geconcentreerd heb op Hong Kong, Thailand en Maleisië.

Het onderzoek is primair gebaseerd op via internet te raadplegen bronnen. Daarna is getracht de aldus verkregen informatie ter plaatse te verifiëren bij mensen die werkzaam zijn in het gevangeniswezen, priesters en gevangenen zelf. Helaas was het verkrijgen van goede informatie van de overheden en gevangenissen soms moeilijk. In Hong Kong bleek onder andere dat bezochte gevangenen  gewaarschuwd werden om alleen informatie over zichzelf te geven en geen informatie over de omstandigheden in de gevangenis zelf. Daarbij kon informatie van de overheid vaak slechts per e-mail of fax verkregen worden en het bleek als onderzoeker niet mogelijk gevangenissen te bezoeken, hoewel dat voor kinderen van de plaatselijke middelbare scholen wel mogelijk was.
Hoewel in Thailand het enerzijds gemakkelijk was gevangenen te bezoeken, probeerde het gevangenispersoneel anderzijds de beroerde leefomstandigheden in de gevangenissen te verbloemen. Zij verstrekten, tijdens bezoeken van de Nationale Mensenrechten Commissie en interviews door onder andere nieuwszender BBC, informatie die door verschillende personen, onafhankelijk van elkaar, als foutief werd bestempeld. Tijdens de World Cup in Zuid-Korea in 2002 organiseerde Klong Prem Prison voor de rehabilitatie van gevangenen een eigen voetbaltoernooi.  Hoewel de BBC foto’s nam van de voetballers, verklaarden de gevangenen achteraf zelf dat zij onder dwang hadden moeten spelen en het toernooi slechts tot het vertrek van de BBC had geduurd. Ook tijdens twee bezoeken aan gevangenissen samen met de Nationale Mensenrechten Commissie leken de omstandigheden niet zo schrijnend. Wij zagen goed verzorgde vrouwen met koksmutsen die in goed gevulde ketels met eten roerden en enkele gevangenen die aan het sporten waren.  De Commissie verklaarde nadien dat dit niet een goede weergave van de situatie was, maar slechts een poging van het personeel om de gevangenis beter te laten lijken dan die in werkelijkheid is.
De overheid van Maleisië was het meest gesloten over zijn gevangeniswezen. Zij geeft zelf geen informatie over de gevangenissen in Maleisië. Alleen de Nationale Mensenrechten Commissie is het, onder restricties van de overheid , toegestaan bezoeken aan gevangenissen af te leggen. Daarbij is het bezoeken van gevangenen erg moeilijk, door zowel de vele regels als de taalbarrière.
 
In deze bijdrage wil ik ingaan op de leefomstandigheden van gevangenen in gevangenissen in Hong Kong, Thailand en Maleisië. Eerst zal ik ingaan op de verdragen waaraan deze landen zijn gebonden en de richtlijnen die op hen van toepassing zijn. Vervolgens zal ik de huidige situatie in gevangenissen hieraan toetsen. Daarbij zal ik kort de mogelijkheden noemen voor gevangenen om effectief op te komen tegen schending van hun rechten. Tenslotte zal ik bekijken of het nieuwe VN-anti-martelprotocol  geschikt is om de leefomstandigheden in de genoemde landen te verbeteren.

De personen die ik gedurende het onderzoek heb geïnterviewd blijven anoniem om mogelijke represailles jegens hen te voorkomen.

2. De internationale standaarden

De meest relevante internationale verdragen voor gevangenen zijn het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (VN Verdrag tegen foltering). Deze verdragen moeten door staten geratificeerd zijn willen ze daar effectief zijn. Dit in tegenstelling tot de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens die voor alle VN lidstaten als richtlijn geldt. Ook de Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen (Standaard Minimum Regels) , de Beginselverklaring voor de bescherming van alle personen in enige vorm van detentie of gevangenschap (Beginselverklaring)  en de Grondbeginselen voor de behandeling van Gevangenen (Grondbeginselen)  zijn richtlijnen die op alle VN lidstaten van toepassing zijn.

3. Detentie omstandigheden

3.1 Hong Kong

Hong Kong heeft zowel het VN Verdrag tegen foltering als het IVBPR geratificeerd. In het algemeen voldoet Hong Kong aan de minimale eisen gesteld in deze verdragen. Echter, dit betekent niet dat Hong Kong geen problemen in het gevangeniswezen kent. Een probleem van de laatste jaren is de overbevolking. Hierdoor moeten twee gevangenen in een cel, gebouwd voor één persoon, verblijven, waardoor er stress veroorzaakt wordt die de veiligheid van beide personen in gevaar kan brengen. Een ander probleem is dat de Correctional Services Department de communicatie van de gevangenen met de buitenwereld strikt limiteert. Onder Prison Rule 48 worden er slechts twee bezoeken per maand van een half uur toegestaan, waarbij maximaal drie personen tegelijk worden toegelaten. Hoewel in de praktijk nog twee extra bezoeken kunnen worden toegestaan, draagt deze kleine hoeveelheid bezoeken niet bij tot de resocialisatie van gevangenen. Daarbij moeten bezoekers vaak lang wachten voordat zij de gevangene mogen bezoeken en zijn ze nooit zeker of ze daadwerkelijk de gevangene zullen zien omdat zij niet weten hoeveel visites hij reeds heeft ontvangen. Gevangenen hebben niet het recht om te telefoneren. Zij hebben wel de mogelijkheid om een telefoongesprek aan te vragen, maar dit wordt alleen toegestaan als zij een geldige reden hebben, zoals het willen overleggen met een advocaat. Het zijn de gevangenisbewaarders die beslissen of er sprake is van een geldige reden, wat inhoudt dat de gevangene afhankelijk is van de goodwill van bewakers. Vooral buitenlandse gevangenen, die vrijwel nooit bezoek ontvangen, worden door deze regel onredelijk beperkt in de contacten met hun familie en vrienden.

De meest opvallende tekortkoming is echter het ontbreken van een effectief middel voor de gevangene om op te komen tegen schending van diens rechten. Op papier heeft een gevangene in Hong Kong vele mogelijkheden om een klacht in te dienen, met name bij zogenaamde Justices of the Peace (JPs). Deze zijn bevoegd om de omstandigheden in de gevangenissen te controleren. De Prison Rules en de JP Ordinance staan de JPs toe om gevangenissen onaangekondigd te bezoeken, om de gevangenen privé te spreken en om zelf onderzoeken te doen. Echter, JPs zijn in de praktijk meestal niet op de hoogte van de manier waarop gevangenen worden bejegend en kunnen daardoor niet voldoende hun bevoegdheden uitoefenen.  Gemiddeld bezoeken officiële JPs (die JPs die een openbaar ambt bekleden) slechts drie keer per jaar een gevangenis, terwijl niet-officiële JPs gemiddeld zelfs minder dan twee keer per jaar een gevangenis bezoeken. Daarbij wordt niet telkens dezelfde gevangenis door dezelfde persoon bezocht. Hierdoor is het onmogelijk om de implementatie van aanbevelingen, gedaan naar aanleiding van ingediende klachten, te controleren. Ook bestaat er door het geringe aantal bezoeken geen mogelijkheid om meer kennis over gevangenissen te verkrijgen, laat staan van individuele zaken van gevangenen.

De gedetineerden hebben niet alleen te maken met onbekwame JPs, maar verschillende gedetineerden verklaarden daarbij dat het hun erg moeilijk wordt gemaakt een klacht in te dienen. Het gevangenispersoneel heeft volgens hen trucs om te voorkomen dat gedetineerden klachten bij een JP indienen. Soms verplichten ze een gevangene om een drugstest te doen, precies op het tijdstip van het bezoek van de JP , of ze sluiten de gevangene gewoonweg op in een kamer die de JP niet zal bezoeken.  Wanneer het een gevangene wél lukt een klacht in te dienen wordt zijn leven hierna door de bewakers vaak zuur gemaakt.  Door de vaagheid van de toepasselijke regelingen kunnen de bewakers gemakkelijk gevangenen in eenzame opsluiting zetten wegens het verstoren van de orde. Ook activiteiten die normaliter gedoogd worden, zoals gokken en het verkopen van maaltijden, kunnen opeens niet meer toegestaan worden aan diegene die een klacht heeft ingediend. Om deze redenen riskeren gevangenen het niet om klachten van medegedetineerden te ondersteunen. Door “gebrek aan bewijs” zijn klachten daardoor vaak ongegrond.   

3.2 Thailand

Thailand heeft het IVBPR geratificeerd, echter niet het VN Verdrag tegen foltering. Ook het IVBPR verbiedt foltering en wel in artikel 7. Thailand houdt zich niet aan dit verbod en leeft de internationale richtlijnen betreffende de behandeling van gedetineerden niet na. Het is zelfs zo dat foltering dagelijks voorkomt in Thaise gevangenissen.  Gevangenen worden zowel door gevangenisbewakers als door medegevangenen mishandeld.  Ze worden geslagen en geschopt op verdenking van het overtreden van gevangenisregels. Volgens een gedetineerde moet een Thaise gevangene zijn hoofd buigen als hij een bewaker passeert. Gebeurt dit niet, dan wordt hij met een houten stok geslagen. Hierna moet de gevangene de bewaker bedanken voor deze straf. 
Andere vormen van mishandeling en onmenselijke behandeling zijn het opleggen van straffen als beperkingen of eenzame opsluiting. Gevangenen die beschuldigd worden van ruzie maken of schreeuwen kunnen verplicht worden om kettingen te dragen die meer dan twintig kilo kunnen wegen. Dit is in strijd met regel 33 van de Standaard Minimum Regels, waarin staat dat instruments of restraint, zoals boeien, niet gebruikt mogen worden als straf. In Bang Kwang Prison wordt de ketening aan ijzeren kettingen niet alleen als strafmaatregel toegepast, maar ook op alle gevangenen die zijn veroordeeld tot de doodstraf. Dit is niet alleen in strijd met internationale wetgeving, maar ook met de nationale wetgeving.  Daarnaast wordt eenzame opsluiting vaak toegepast. Voordat een gevangene wordt opgesloten wordt hij gedwongen een papier te tekenen waarin hij bevestigt dat hij zijn straf accepteert. Vervolgens moet hij drie maanden (en vaak langer) in een donkere ruimte verblijven. De meeste gevangenen hebben bij beëindiging van deze straf last van huidziektes.   

In vele gevangenissen is er sprake van overbevolking. Eind 2000 rapporteerde Amnesty International dat Thailand een gevangenis capaciteit van 80.000 had. Momenteel is de bevolking in de gevangenissen gegroeid tot meer dan 250.000.  Deze overbevolking wordt voornamelijk veroorzaakt door het hoge aantal gevangenen dat is veroordeeld in verband met drugs. De Bang Kwang Prison heeft een formele capaciteit van 4.000 gevangenen. Volgens de laatste statistieken is de feitelijke bevolking inmiddels het dubbele daarvan. Door deze overbevolking in combinatie met de tekorten aan personeel – de verhouding bewaker tot gevangene is momenteel 1 op 25  - worden er gevangenen als zogenaamde trustee aangesteld met als taak om de overige gevangenen onder controle te houden. Deze praktijk is in strijd met regel 28.1 van de Standaard Minimum Regels. De trustees hebben meer bevoegdheden dan de andere gevangenen. Zij hebben onder andere de bevoegdheid om eigendommen van andere gevangenen in de afwezigheid van een bewaker te doorzoeken en zij zijn bevoegd stokken te dragen waarmee ze andere gevangenen mogen slaan als ze de bevelen van de trustees niet opvolgen. Dit resulteert in misbruik en corruptie en creëert veel stress onder de gevangenen.

De detentie omstandigheden in de Thaise gevangenissen zijn van zo’n laag niveau dat de Thaise autoriteiten moeilijk kunnen ontkennen dat er schending plaats vindt van artikel 10 IVBPR, dat zegt dat de gevangenen menselijk behandeld moeten worden. Door een budget van slechts 32 Baht (omgerekend 0.67 Euro) per dag per persoon is het eten en water van zo’n beroerde kwaliteit dat daardoor regel 20 van de Standaard Minimum Regels wordt overtreden. Deze regel zegt dat adequaat voedsel met goede voedingswaarde en water voorhanden moet zijn. Geschat wordt dat ongeveer dertig procent van de gehele gevangenispopulatie het voedsel dat de gevangenis verzorgt daadwerkelijk eet.  De rest overleeft met behulp van familie of vrienden, die tijdens de bezoeken grote tassen met voedsel, vers fruit, toiletartikelen en kleren meenemen. Uit gesprekken met een gedetineerde bleek dat degenen die geen contacten buiten de gevangenis, maar wel geld, hebben de bewakers betalen om goederen voor hen te kopen. De bewakers bedingen daarbij voor zichzelf een commissie van 20 procent.  Gevangenen kunnen ook ruimte leasen of kopen. In een van de bezochte gevangenissen worden bijvoorbeeld rond de 25 gevangenen gepropt in een ruimte van 24 vierkant meter.  Maar zoals een gevangene verklaarde, “We leasen met tien personen een ruimte die normaal voor 24 gevangenen bestemd is. Vier keer per jaar gaan we naar een bepaalde bewaker en geven hem een envelop met geld.” 
Tenslotte zijn er slechte medische voorzieningen. Hoewel er vaak wel een hospitaal is, ontbreekt het medisch personeel. Het Central Prison Hospital ontvangt minder dan 5 US dollar per patiënt per jaar , waardoor gevangenen vaak alleen tegen hoge prijzen medicijnen kunnen kopen. Door de overbevolking, slechte sanitaire voorzieningen, ongezond voedsel en slechte medische zorg is er grote kans op uitbraak van besmettelijke ziekten en sterven vele gevangenen door ziekten waarvoor ze behandeld hadden kunnen worden.

Het enige middel dat gevangenen in Thailand kunnen aanwenden om deze wantoestanden aan te vechten is het indienen van een klacht bij de Nationale Mensenrechten Commissie. Deze Mensenrechten Commissie is bevoegd om klachten van gevangenen te behandelen en om aanbevelingen hieromtrent aan de overheid te doen. Echter, de commissarissen bezoeken niet regelmatig dezelfde gevangenissen om met gevangenen te praten. De overheid is ook niet gebonden aan de aanbevelingen en heeft recentelijk commissarissen zelfs gekapitteld voor de door hun geleverde (indirecte) kritiek op shoot to kill beleid dat ten aanzien van drugsdealers wordt gevoerd. Hierbij werd tenminste één commissaris met strafrechtelijke vervolging bedreigd. 

3.3 Maleisië

Maleisië heeft noch het IVBPR, noch het VN Verdrag tegen foltering geratificeerd. Daarbij voldoet het land niet aan de internationale standaarden met betrekking tot bejegening van gedetineerden. De nationale wetten, waaronder de Internal Security Act (ISA), zijn zelfs in strijd met de internationale standaarden voor mensenrechten.
De wetgeving van Maleisië maakt onderscheid tussen gevangenen die onder de ISA worden gedetineerd en andere gedetineerden. Volgens artikel 73.1 van de ISA mag elke politieagent, zonder waarschuwing, een persoon arresteren en gevangen nemen als hij “reden heeft om te geloven” dat iemand een daad heeft gepleegd of in de toekomst zou kunnen plegen die de binnenlandse veiligheid in gevaar zou kunnen brengen. Het feit dat iemand gedetineerd kan worden voor een daad die in de toekomst gepleegd zou kunnen worden, druist in tegen artikel 11 UDHR, die de onschuldpresumptie verwoord.
ISA-gevangenen worden tijdens hun detentie aan andere regels onderworpen dan gevangenen die niet onder de ISA gedetineerd zijn. ISA-gevangenen kunnen twee jaar, zonder vorm van proces , gevangen gehouden worden en deze periode kan verlengd worden. Ook wordt hun het recht op een advocaat tijdens de eerste 60 dagen van detentie ontzegd. Tot op heden heeft de Nationale Mensenrechten Commissie van Maleisië (Suhakam) zich voor deze gevangenen ingezet. Ook de rechten van de gevangenen die niet onder deze Act zijn gedetineerd worden echter geschonden. Zo lijden de gevangenen onder overbevolking. Hoewel er een formele capaciteit was van 23.914, was het werkelijke aantal gevangenen medio 2002 29.286.  Ook is er ondervoeding en een gebrek aan medische zorg. Omdat Suhakam de enige onafhankelijke instantie is die toegang heeft tot de gevangenissen van Maleisië – en zoals hieronder besproken zal worden, worden deze activiteiten ook nog strikt gelimiteerd – is het erg moeilijk betrouwbare en gedetailleerde rapporten over gevangenissen te verkrijgen.  

Suhakam is de enige instantie waar gedetineerden een klacht over hun bejegening kunnen indienen. Net als in Thailand maakt de politieke druk het de commissarissen onmogelijk hun bevoegdheden onafhankelijk uit te oefenen. De staat houdt de commissarissen onder controle door ze slechts voor twee jaar te benoemen en door degenen met een uitgesproken mening te ontslaan. Deze worden vervangen door mensen die onervaren zijn op het gebied van mensenrechten.  De commissarissen worden daarbij gecontroleerd bij alles wat zij doen. Ondanks dat de wet hun deze bevoegdheden geeft, wordt hun toch nog de toegang geweigerd tot gevangenen.  Daarbij is hun niet toegestaan de gevangenen privé te spreken, wat in strijd is met artikel 29 van de Beginselverklaring.  Ook worden de aanbevelingen van de Commissie niet serieus genomen. Het parlement discussieert niet eens over de aanbevelingen, die jaarlijks worden ingediend.  Samengevat betekent dit dat er voor gevangenen in Maleisië in de praktijk geen kanaal bestaat om een effectieve klacht in te dienen, onafhankelijk of ze onder de ISA of een andere regeling zijn gedetineerd.

4. Het VN-anti-martelprotocol 

Het VN-anti-martelprotocol, dat in 2002 is aangenomen, zou de leefomstandigheden in gevangenissen kunnen verbeteren. Het is ingesteld om de bescherming van de gevangene te versterken tegen foltering of andere onmenselijke behandeling.  Echter, aan dit protocol zitten een aantal haken en ogen waardoor men zich kan afvragen of het daadwerkelijk geschikt is om de leefomstandigheden in de besproken landen te verbeteren. Hieronder zal ik enkele obstakels noemen.

Een belangrijk artikel in het protocol is de verplichting voor elke lidstaat om één of meer onafhankelijke organen in te stellen  op basis waarvan de behandeling van personen die van hun vrijheid beroofd zijn op regelmatige basis wordt onderzocht. Dit is een mooi initiatief maar mijns inziens in de praktijk niet realiseerbaar. De onderzochte landen hebben reeds een zogenaamd onafhankelijk orgaan ingesteld waarbij gevangenen een klacht kunnen indienen. Echter, zoals we hebben gezien worden commissarissen van de Nationale Mensenrechten Commissies beïnvloed en onder druk gezet door de overheid. Hierdoor verliezen de commissies hun onafhankelijkheid en zijn ze in de praktijk slechts speeltjes van de overheid.
Een ander punt is dat het Subcomité van het protocol bevoegd is onafhankelijke inspecties en bezoeken te verrichten, maar ad hoc bezoeken zijn niet toegestaan. De consequentie hiervan is dat, zoals we reeds bij Hong Kong en Thailand gezien hebben, gevangenen die een klacht in willen dienen gemakkelijker uit het zicht van de inspecteurs gehouden kunnen worden en de inspecteurs de daadwerkelijke leefomstandigheden in de gevangenissen niet te zien krijgen. Daarbij kan het Subcomité, dat slechts uit 10 tot ten hoogste 25 leden bestaat, door het geringe aantal leden geen regelmatige bezoeken aan dezelfde gevangenissen afleggen. Hierdoor krijgen zij geen goed beeld van de gevangenissen en kunnen niet gemakkelijk nagaan of hun aanbevelingen daadwerkelijk opgevolgd worden. De aanbevelingen die het Subcomité mag doen, zijn overigens niet juridisch bindend.  

Een middel van pressie van het Subcomité om zijn aanbevelingen sterk te maken is de dreiging met een openbare verklaring over de omstandigheden.  In het geval van Thailand zijn de onmenselijke leefomstandigheden in de gevangenissen in Thailand bij zowel de bevolking van Thailand als de internationale gemeenschap bekend, maar de bevolking oefent geen druk uit op de overheid om deze situatie te verbeteren. Blijkbaar heeft de overheid geen belang bij het verzekeren dat de rechten van de gevangenen in acht worden genomen. Zolang er geen nationale pressie is, zal de situatie niet veranderen. De pressie van het Subcomité zal dan ook niet veel effect hebben.

Voor verschillende landen kan het facultatief protocol weliswaar effectief werken (en ook Hong Kong zou hiertoe kunnen behoren), maar uit bovenstaande overwegingen kan geconcludeerd worden dat het facultatief protocol niet de oplossing zal zijn voor de slechte omstandigheden in de gevangenissen in Thailand en Maleisië. Daarbij komt dat deze laatste twee landen eerst de intentie voor verbetering zouden moeten laten zien door het VN Verdrag tegen foltering te ratificeren en vervolgens het facultatief protocol. Echter, zelfs dit is geen garantie voor het naleven van de regels waaraan zij zich verbinden. Zij hebben reeds internationale verplichtingen, maar handelen openlijk in strijd met deze regels. Ratificatie van het protocol zou daarom, naar mijn mening, voor hen slechts een poging tot misleiding van de internationale gemeenschap zijn.

Dit overwegende ben ik ervan overtuigd dat de strijd voor verbetering van de  leefomstandigheden in de gevangenissen in Thailand en Maleisië nog lang niet voorbij is. Er moet verder gezocht worden naar andere middelen om de situatie in deze gevangenissen te verbeteren en de bescherming van de rechten van de gevangenen te garanderen. De  middelen die in deze landen een oplossing bieden, zouden dan weer gebruikt kunnen worden in de vele andere landen waar ook nog steeds gevangenen onder verschrikkelijke omstandigheden moeten leven.

Bronnen:

Body of Principles for the Protection of all Persons under Any Form of Detention or Imprisonment, adopted by General Assembly resolution 43/173 of December 1988.
Met bezoeken aan gevangenen worden visites bedoeld, waarbij gevangenen in de bezoekersruimte geïnterviewd zijn. Met een bezoek aan een gevangenis wordt bedoeld dat de gevangenis zelf van binnen wordt geïnspecteerd/bekeken.
BBC News, ’Thailand inmates hold own world cup - 13 June 2002 ’, [http://news.bbc.co.uk/hi/english/world/asia-pacific/newsid_2043000/2043546.stm], (21 July 2003).
Basic Principles for the Treatment of Prisoners. Adopted and proclaimed by General Assembly resolution 45/111 of December 1990.
Een vrijgelaten gevangene uit Hong Kong had mij een dergelijk scenario reeds beschreven toen hij sprak over de “show” die er ook opgevoerd werd tijdens bezoeken van inspecteurs in gevangenissen in Hong Kong.
Hierop zal later in de tekst worden ingegaan.
Hierop zal later in de tekst worden ingegaan.
Zie hierover: J. de Lange, VN-anti-martelprotocol stap dichterbij, Sancties afl. 1, 2003, p.25-34.
Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners. Adopted by the First United Nations Congress in 1955, and approved by the Economic and Social Council by its resolution 663 C (XXIV) of 31 July 1957 and 2076 (LXII) of 13 May 1977.
Body of Principles for the Protection of all Persons under Any Form of Detention or Imprisonment, adopted by General Assembly resolution 43/173 of December 1988.
Basic Principles for the Treatment of Prisoners. Adopted and proclaimed by General Assembly resolution 45/111 of December 1990.
Hong Kong Human Rights Monitor, ‘Recommendations: Reforming the Justice of the Peace system - 16 April 2000’, [http://www.hkhrm.org.hk/english/reports/2000jpreform.html] (1 February 2003).http://www.hkhrm.org.hk/english/reports/2000jpreform.html] (1 February 2003).
Hong Kong Human Rights Monitor, ‘Recommendations: Reforming the Justice of the Peace system - 16 April 2000’, [http://www.hkhrm.org.hk/english/reports/2000jpreform.html] (1 February 2003).
Interview met gevangene door auteur.
Interview met gevangene door auteur.
Human Rights Watch, ‘Prisons’, [http://www.hrw.org/wr2k2/prisons.html] (17 December 2002).
Amnesty International, ‘Widespread abuses in the administration of justice - 11 June 2002’, [http://www.web.amnesty.org/aidoc/aidoc_pdf.nsf/index/ASA390032002ENGLISH/$File/ASA3900302.pdf] (27 December 2002). 
Interview met gevangene door auteur.
Amnesty International, ‘Widespread abuses’.
Human Rights Internet, ‘Thailand’, [http://www.hri.ca/fortherecord1999/documentation/commission/e-cn4-1999-61e.htm] (28 December 2002).
Department of Corrections, ’Bang Kwang Central Prison’, [http://www.correct.go.th/brief.htm] (15 June 2003).
Department of Corrections, ‘GUTS Baton: New Weapon for Thai Correctional Staff’, [http://www.correct.go.th/news/new-eng5.htm] (3 July 2003).
Brief van gevangenen.
Interview met gevangene door auteur.
Interview met gevangene door auteur.
Interview met gevangene door auteur
Interview met gevangene door auteur.
Amnesty International, ‘Widespread abuses’
Zie verder, Nick Cheesman, ‘Murder as public policy in Thailand’, article 2, vol. 2, no. 3, June 2003, pp. 36–7.
Dit is in strijd met artikel 10 UDHR , right to a fair and public hearing.
Asian and Pacific Conference of Correctional Administrators, ’National Report on contemporary issues in Malaysian Corrections System’,
[http://www.apcca.org/News&Events/Discussion%20Papers%20-%20agenda%201/Malaysia.htm] (15 April 2003).
Aliran, ‘No engagement with Suhakam for 100 days’, [http://www.aliran.com/monthly/2002/4j.html] (20 March 2003).
Aliran Executive Committee, ‘An Affront to Parliament’, Aliran Monthly, vol. 21, no. 3, 27 April 2001.
Human Rights Commission of Malaysia–SUHAKAM–Annual report 2001.
Op 19 Juni 2002 wees het parlement twee moties af om de mensenrechten problemen die voorgelegd waren door Suhakam’s  in hun Annual Report 2001. Aliran, ‘We will be vigilant, NGOs end 100 days of disengagement with Suhakam – 2 August 2002’, [www.aliran.com/monthly/2002/8a.html] (17 March 2003).
Optional Protocol to the Convention against Torture and other cruel, inhuman or degrading Treatment or Punishment, adopted by General Assembly resolution 57/199 of 18 December 2002.
Preambule van het VN-anti-martelprotocol.
Artikel 3 van het VN-anti-martelprotocol.
Artikel 11 van het VN-anti-martelprotocol.
Artikel 16.4 van het VN-anti-martelprotocol.