Binding met Nederland?

Binnen PrisonLAW ontvangen wij regelmatig brieven van gedetineerde die hun buitenlandse straf in Nederland willen uitzitten om zo dichter bij familie en vrienden te zijn. Niet in alle gevallen kan een verzoek tot overbrenging ingewilligd worden. Er gelden namelijk strikte voorwaarden en eisen waaraan voldaan moet worden voordat een overbrenging naar Nederland wordt ingewilligd. In deze nieuwsbrief behandelen wij graag een brief van een EU onderdaan die zijn restantstraf in Nederland wil uitzitten en een verzoek tot overbrenging naar Nederland wil indienen.

 

Ik ben een onderdaan van de Europese Unie, ik heb de afgelopen jaren niet in mijn land van herkomst gewoond maar in Nederland. Momenteel ben ik gedetineerd in mijn land van herkomst, maar ik heb hier niets meer en mijn hele leven is in Nederland. Ik wil dan ook met de WETS-procedure terug naar Nederland om het restant van mijn straf daar te ondergaan. Kom ik in aanmerking voor strafoverdracht op grond van de WETS?’

Het uitgangspunt van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (hierna: WETS) is dat een veroordeelde de in het buitenland opgelegde straf in zijn land van herkomst mag ondergaan. In het land van herkomst zijn er namelijk veel meer kansen op een goede terugkeer in de maatschappij dan dat dit het geval zou zijn geweest in het buitenland. Er zijn met andere woorden in het land van herkomst veel meer kansen om een leven op te bouwen na de detentie. In dit kader is Nederland in beginsel verplicht om een buitenlands strafvonnis over te nemen als iemand een Nederlands paspoort heeft én in Nederland woont. Er moet dan natuurlijk wel zijn voldaan aan alle vereisten die de WETS stelt, zoals bijvoorbeeld het hebben van voldoende strafrestant.

Hoe zit het in die gevallen dat iemand wél in Nederland woont, geen Nederlands paspoort heeft maar afkomstig is uit een ander land van de Europese Unie? Het komt namelijk vaak voor dat Europese onderdanen in een ander land dan hun geboorteland gaan wonen. Als onderdaan van de Europese Unie heb je namelijk het recht om in andere Europese landen te wonen en te werken. Hoe is dit in Nederland geregeld? Als je de nationaliteit hebt van een land dat behoort tot de Europese Unie heb je geen verblijfsvergunning nodig om in Nederland te wonen. Het paspoort (of ID-kaart) van het land binnen de EU waarvan je de nationaliteit hebt, is het bewijs dat je rechtmatig in Nederland verblijft en hier mag werken.


Wanneer je als gedetineerde niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt, maar afkomstig bent uit een ander Europees land en je in de jaren voor je arrestatie in Nederland woonachtig was, is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk dat je in aanmerking komt om het resterende deel van de in het buitenland opgelegde straf in Nederland te ondergaan. Strafoverdracht op grond van de WETS is mogelijk in die gevallen waarbij de tenuitvoerlegging van het buitenlandse strafvonnis in Nederland bijdraagt aan een goede resocialisatie in de Nederlandse maatschappij. Maar wanneer is dit het geval? De Nederlandse autoriteiten bekijken voor de beantwoording van deze vraag per individueel geval of er sprake is van aantoonbare en voldoende binding van de veroordeelde met Nederland. In eerste instantie zal hiervoor aansluiting worden gezocht bij de inschrijving in de gemeente (de Basisregistratie Personen) en is van belang dat iemand de vijf jaar voorafgaand aan zijn arrestatie onafgebroken ingeschreven heeft gestaan bij een Nederlandse gemeente. Als dit het geval is valt – volgens het beleid van het ministerie van Justitie – daaruit in beginsel af te leiden dat er sprake is van voldoende feitelijke binding met Nederland. In dit kader zal strafoverdracht op grond van de WETS bijdragen aan de resocialisatie van de EU-onderdaan. Het is namelijk veel aannemelijker dat, indien een EU-onderdaan in de jaren voorafgaand aan zijn arrestatie in Nederland verbleef en hier een (gezins)leven heeft opgebouwd, hij na voltooiing van de straf het leven in Nederland zal voortzetten.

 

Ben je de vijf jaar voorafgaand aan de arrestatie niet onafgebroken ingeschreven geweest in Nederland? Dan volgt vaak de conclusie van het Nederlandse ministerie van Justitie dat er geen sprake is van een wezenlijke relatie met Nederland. De overname van de tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis zou dan niet bijdragen aan de resocialisatie in de Nederlandse samenleving. Het kan in deze situatie nuttig zijn om de hulp van een advocaat of juridisch adviseur in te schakelen. Het is namelijk in bepaalde gevallen mogelijk om de feitelijke en sociale binding met Nederland op andere manieren vast te stellen dan uitsluitend te kijken naar de inschrijving bij de gemeente. Het hebben van bijvoorbeeld oude werkgevers, eigen bedrijven en/of familieleden die in Nederland gevestigd zijn, kunnen de binding aantonen. Er moet sprake zijn van individuele omstandigheden die kunnen aantonen dat er wel degelijk sprake is van voldoende binding.

Kortom, voor strafoverdracht op grond van de WETS is het voor EU-onderdanen die naar Nederland willen worden overgebracht van belang dat kan worden vastgesteld dat zij daadwerkelijk feitelijke en sociale binding met Nederland hebben. Of met andere woorden: dat zij een leven in Nederland hebben opgebouwd voorafgaand aan de arrestatie in den vreemde. Het is als Europees onderdaan dus van belang dat je wanneer je in Nederland gaat wonen en werken, je jezelf inschrijft bij een Nederlandse gemeente. Op deze manier wordt je verblijf in Nederland namelijk geregistreerd wat van belang kan zijn voor toekomstige situaties. Bovendien is het zelfs mogelijk om, indien je vijf jaar of langer ononderbroken rechtmatig in Nederland hebt verbleven, het verblijfsdocument ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’ aan te vragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

 

Belangrijk is op te merken dat het bovenstaande een algemene uitleg is. Keer op keer zal per individueel geval en aan de hand van de omstandigheden van de zaak een afweging moeten worden gemaakt. Op basis van deze individuele omstandigheden zal er worden gekeken of er sprake is van wezenlijke binding met Nederland.