Rechten van gevangenen

Hieronder zullen de belangrijkste (internationale) documenten op het gebied van rechten van gevangenen worden besproken. Daarbij zullen overigens de zogeheten "Geneefse Conventies" niet aan de orde komen, nu deze primair zien op de rechten van krijgsgevangenen en anderen die betrokken zijn bij oorlog of andere gewapende conflicten.

Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen (1957)

Op 31 juli 1957 werd door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties een document aangenomen met betrekking tot de behandeling van gevangenen, de "Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen". Dit (omvangrijke) document bevat een uitgebreide catalogus van regels die aangeven hoe gevangenen moeten worden behandeld. Totaal beslaat het document 95 artikelen.

Het document is onderverdeeld in twee gedeelten. Het eerste gedeelte (I) geldt voor alle gevangenen, ongeacht of deze vastzitten op basis van burgerlijk of strafrecht en of deze veroordeeld zijn of in afwachting zijn van een proces. Ook mensen die om veiligheidsredenen of in het kader van heropvoeding vastgehouden worden vallen onder de regels van het eerste gedeelte.

Het eerste gedeelte bevat zoals gezegd een ruime hoeveelheid regels, op de volgende gebieden:

  • Registratie van gevangenen
  • Huisvesting
  • Persoonlijke hygiëne
  • Kleding en beddengoed
  • Voedsel
  • Sport en beweging
  • Medische hulp
  • Tucht en bestraffing
  • Gebruik van middelen die de bewegingsvrijheid beperken
  • Informatievoorziening aan en klachten door gevangenen
  • Contact met de buitenwereld
  • Boeken
  • Religie
  • Eigendomsrecht van gevangenen
  • Berichtgeving van dood, ziekte, overbrenging, etc. van gevangenen
  • Vertrek van gevangenen
  • Personeel van gevangenissen
  • Inspectie

Het tweede gedeelte (II) ziet op bijzondere categorieën van gevangenen. Dit gedeelte is verder onderverdeeld in vijf subonderdelen:
A-Veroordeelde gevangenen
B-Gestoorde gevangenen en gevangenen met een mentale afwijking
C-Gearresteerde gevangenen en gevangenen die in afwachting zijn van hun proces
D-Gevangenen op basis van civiel recht
E-Personen gearresteerd of vastgehouden zonder verdenking ("charge")

De regels uit subonderdeel A gelden ook voor de gevangenen uit de categorieën B, C en D voor zover deze regels daarmee niet in strijd zijn en in hun voordeel zijn. Voor de gegeven categorieën bevat deel II aanvullende bepalingen.

Het document bevat dus een vrij uitgebreide minimum-standaard op het gebied van rechten van gevangenen. De vraag is echter wat de juridische status van het document is en wat de gevangenen er echt aan hebben. De Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen zijn niet als zodanig juridisch bindend, maar hebben het karakter van wat wel als "soft law" wordt aangeduid.

In de eerste plaats komen aan de regels geen bindende kracht toe omdat ze niet zijn vastgesteld door een orgaan dat de bevoegdheid heeft bindende regels vast te stellen. Belangrijker is nog om op te merken dat het ook niet de bedoeling is geweest om bindende regels op te stellen. In het allereerste artikel wordt al benadrukt dat de regels niet zijn bestemd om in detail een model voor gevangenisinstellingen te beschrijven, maar alleen - op basis van algemene overeenstemming over de huidige inzichten en de meest adequate systemen van tegenwoordig - aan te geven wat algemeen wordt aanvaard als goede beginselen en praktijk ("good principles and practice") voor wat betreft de behandeling van gevangenen en management van gevangenisinstellingen. In het tweede artikel wordt hier nog uitdrukkelijk aan toegevoegd dat evident is dat niet alle regels in alle tijden en op alle plaatsen kunnen worden toegepast. Ze worden als geheel wel geacht de minimumvoorwaarden die als gepast worden geaccepteerd door de Verenigde Naties weer te geven.

Aangezien geen sprake is van een bindend document zal een direct beroep voor een rechter op de vastgelegde regels niet mogelijk zijn. De regels geven aan hoe het - naar de algemene inzichten binnen de Verenigde Naties (die overigens zeker niet door de hele internationale gemeenschap worden gedeeld) - eigenlijk zou moeten met betrekking tot de behandeling van gevangenen. Praktisch gezien bieden de regels - naast de elders besproken algemene mensenrechtendocumenten - weinig waarborgen, zeker nu het document duidelijk niet is bestemd om bindende regels op te leggen. Dit neemt niet weg dat het document wel betekenis kan hebben binnen het internationale verkeer, al is het dus niet zozeer in juridische zin. Helaas blijkt ook uit de praktijk dat voor een heel groot gedeelte de regels niet worden nageleefd.

Voor de complete versie van de Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen (in het engels) klik hier.

 

Beginselverklaring voor de Bescherming van alle Personen in enige vorm van Detentie of Gevangenschap (1988)

Op 9 december 1988 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de "Beginselverklaring voor de Bescherming van alle Personen in enige vorm van Detentie of Gevangenschap" aangenomen. Deze verklaring was het resultaat van een werkgroep ingesteld met de opdracht om een lijst van beginselen op te stellen voor de bescherming van personen in gevangenschap. De Algemene Vergadering meende dat de aanneming van deze beginselen een belangrijke bijdrage zou betekenen aan de bescherming van mensenrechten.

Zoals de titel al aangeeft zijn de beginselen van toepassing op alle personen die zich in detentie of gevangenschap - ongeacht in welke vorm - bevinden. Vergeleken met de eerder besproken Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen bevat het document minder bepalingen (totaal bevat het document 39 beginselen) die ook nog minder gedetailleerd zijn. Enerzijds heeft dit als nadeel dat minder nauwkeurig is vastgelegd hoe gevangenen behandeld zouden moeten worden. Anderzijds heeft het feit dat de verklaring minder gedetailleerd is het voordeel dat het document op deze wijze makkelijker binnen de internationale gemeenschap wordt aanvaard en door deze grotere draagkracht ook op betere naleving kan rekenen.

Evenals de Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen heeft het document als zodanig geen bindende kracht, maar is het ’slechts’ een verklaring. Bovendien moet worden opgemerkt dat het doel is geweest om beginselen te formuleren, niet om bindende regels vast te leggen. Ook hier geldt echter weer dat het feit dat het document als zodanig niet bindend is (en een direct beroep erop voor een rechter niet mogelijk is) niet wil zeggen dat het niet van belang is. Het geeft immers aan wat (door een groot gedeelte van) de internationale gemeenschap wordt aanvaard als acceptabele uitgangspunten voor de behandeling van gevangenen.

Voor de complete versie van de Beginselverklaring (in het engels) klik hier.

 

Basisbeginselen voor de Behandeling van Gevangenen (1990)

Niet lang na de Beginselverklaring voor de Bescherming van alle Personen in enige vorm van Detentie of Gevangenschap - te weten op 14 december 1990 - nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties opnieuw een verklaring omtrent de behandeling van gevangenen aan, de "Basisbeginselen voor de Behandeling van Gevangenen". Deze verklaring moet in samenhang worden gezien met de eerder behandelde Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen uit 1957. In de betreffende resolutie van de Algemene Vergadering wordt opgemerkt dat er obstakels van diverse aard bestaan die de volledige implementatie van de Standaard Minimum Regels tegenhouden. De Algemene Vergadering sprak de verwachting uit dat de volledige uitvoering van de Standaard Minimum Regels zou worden vergemakkelijkt door het benadrukken van de basisbeginselen die aan deze regels ten grondslag liggen. Anders dan de Standaard Minimum Regels en (in mindere mate de Beginselverklaring) bevat dit document geen uitgewerkte bepalingen of regels, maar is het beperkt tot de ’kernbeginselen’ met betrekking tot de behandeling van gevangenen.

De beginselen houden - vrij vertaald - het volgende in:
1. Alle gevangenen dienen met respect behandeld te worden vanwege hun inherente waardigheid en betekenis als mensen.
2. Geen discriminatie mag plaatsvinden op grond van ras, huidskleur, geslacht, taal, religie, politieke of andere opvattingen, nationale of sociale afkomst, bezit, geboorte of andere status.
3. Het is daarentegen wenselijk de religieuze overtuigingen en culturele eigenschappen van de groep waartoe gevangenen toe behoren te respecteren, wanneer lokale omstandigheden dat vereisen.
4. De verantwoordelijkheid van gevangenissen voor de bewaking van gevangenen en de bescherming van de samenleving tegen criminaliteit zal worden uitgeoefend in overeenstemming met de overige sociale doelstellingen van de Staat en haar fundamentele verantwoordelijkheden ter bevordering van het welzijn en de ontwikkeling van alle leden van de samenleving.
5. Behoudens de beperkingen die aantoonbaar noodzakelijk zijn vanwege het feit van ingesloten zijn, genieten alle gevangenen de mensenrechten en fundamentele vrijheden die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en, wanneer de betrokken Staat daarbij partij is, het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Optionele Protocol daarbij, evenals de andere rechten welke zijn vastgelegd in andere VN-verdragen.
6. Alle gevangenen hebben het recht om deel te nemen aan culturele activiteiten en onderwijs gericht op de volledige ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid.
7. Inspanningen om eenzame opsluiting als straf af te schaffen, of te beperken moeten worden ondernomen en aangemoedigd.
8. Voorwaarden zullen worden gecreëerd om gevangenen in staat te stellen om betekenisvolle betaalde arbeid te verrichten welke de reïntegratie in de arbeidsmarkt van het land bevordert en hen in staat stelt bij te dragen aan hun eigen financiële ondersteuning en die van hun families.
9. Gevangenen moeten toegang krijgen tot medische bijstand beschikbaar in het land, zonder discriminatie op grond van hun juridische situatie.
10. Met de medewerking en hulp van de gemeenschap en maatschappelijke instellingen en met inachtneming van de belangen van slachtoffers, zullen gunstige omstandigheden worden gecreëerd voor de reïntegratie van de ex-gevangene in de samenleving onder de best mogelijke voorwaarden.
11. Bovenstaande beginselen zullen zonder onderscheid worden toegepast.

De officiële (engelse) versie van de Basisbeginselen voor de Behandeling van Gevangenen vindt u hier.

Net als de hiervoor behandelde documenten zijn de Basisbeginselen voor de Behandeling van Gevangenen niet als zodanig juridisch bindend. Wederom geldt hier dat juridische binding ook niet het doel was. De beginselen zijn bedoeld als ondersteuning voor de implementatie van de Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen en kunnen op die wijze een nuttige functie vervullen. Een direct beroep op de beginselen voor een rechter is niet mogelijk. Nog sterker dan de hiervoor behandelde Beginselverklaring kan gezegd worden dat dit document een weerslag is van de ’kern’ van de beginselen met betrekking tot de behandeling van gevangenen. Hoewel juridisch gezien niet bindend zijn de beginselen in dat licht moeilijk te negeren.

 

Overige documenten

Naast de hiervoor besproken meer algemene documenten bestaan er ook nog enkele meer specifieke documenten op het gebied van rechten van gevangenen.

Beginselen van Medische Ethiek met betrekking tot de Rol van Medisch Personeel, in het bijzonder Artsen, ter Bescherming van Gevangenen en Gedetineerden tegen Foltering en Andere wrede, onmenselijke of onterende Behandeling of Bestraffing (1982)

Op 18 december 1982 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bovengenoemde verklaring aangenomen. Deze verklaring bevat een aantal beginselen die wijzen op de verantwoordelijkheid van medici bij de bescherming van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van gevangenen. Deze verantwoordelijkheid werkt twee kanten op. Aan de ene kant moeten medici actief zorgdragen voor de gezondheid van gevangenen. Aan de andere kant wordt benadrukt dat medici moeten waken voor en niet mee mogen werken aan behandelingen die negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van gevangenen. Ook hier gaat het weer om een niet (juridisch) bindende verklaring, die echter van groot belang is voor de rol van medici bij de behandeling van gevangenen.

De officiële versie van deze beginselen vindt u hier.

Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen Foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende Behandeling of Bestraffing (2002)

Hierboven zijn documenten behandeld die allemaal de status hebben van verklaring en als zodanig geen bindende kracht bezitten. Dit ligt anders voor een ander document, het Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen Foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende Behandeling of Bestraffing. Zoals de titel al aangeeft gaat het hier om een aanvulling bij het (onder "Internationale Mensenrechtendocumenten" behandelde) Verdrag tegen Foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende Behandeling of Bestraffing. Het Protocol is op 18 december 2002 vastgesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en op 4 februari 2003 opengesteld voor ondertekening.

Het Optionele Protocol heeft als doel om een controlesysteem in te richten voor plaatsen waar mensen worden vastgehouden. Controle moet plaatsvinden op twee niveaus. In de eerste plaats verplicht het Protocol de staten die partij zijn één of meer commissies op te zetten die door middel van het afleggen van bezoeken beogen wrede, onmenselijke of onterende behandeling en bestraffing tegen te gaan. Op internationaal niveau wordt een Subcomité voor Bescherming opgericht dat eveneens tot doel heeft (en bevoegd is) bezoeken af te leggen aan plaatsen waar mensen vast worden gehouden. De toegang tot de gevangenen en de gevangenissen mag niet worden belemmerd. Het Subcomité voor Bescherming kan slechts niet-bindende rapporten vaststellen, die niet altijd worden gepubliceerd.

Het Protocol heeft de status van verdragstekst en is als zodanig juridisch bindend. Voor de vraag hoe bepalingen uit verdragen afgedwongen kunnen worden, zie onder "Internationale Mensenrechtendocumenten". Hoewel het Protocol zelf bindend is, krijgt het Subcomité voor Bescherming niet de bevoegdheid bindende beslissingen te nemen. Voorbehouden bij het Protocol zijn niet toegestaan. Het Protocol is - zoals de naam al suggereert - facultatief. Staten zijn er slechts aan gebonden indien ze het hebben ondertekend en geratificeerd. Het Protocol is inmiddels in werking getreden. Het Protocol trad in werking na ratificatie door 20 staten. Op 1 november 2006 was het Protocol door 54 staten ondertekend en door 28 staten geratificeerd. Nederland heeft het protocol op 3 juni 2005 ondertekend. Thailand heeft het Protocol nog niet ondertekend.

Voor het Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen Foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende Behandeling of Bestraffing klikt u hier.

 

Verhouding met algemene mensenrechtendocumenten

Tot slot is het goed erop te wijzen dat bovengenoemde documenten zijn bestemd als aanvulling op de algemene mensenrechtendocumenten. Ze zijn niet bedoeld als vervanging of beperking van de rechten uit de algemene mensenrechtendocumenten. Dit wordt ook - vaak expliciet - benadrukt in bovengenoemde documenten. Gevangenen kunnen zich dus - naast de ’specifieke’ documenten voor gevangenen - ook op de ’algemene’ mensenrechten beroepen.


Geraadpleegde bronnen: