Exodus: hulp bij re-integratie na buitenlandse detentie
Een jarenlange detentie in een buitenlandse gevangenis, met soms vervreemding van het thuisfront en de Nederlandse samenleving tot gevolg, kan een succesvolle re-integratie in de maatschappij problematisch maken. Om de overgang van het gastland naar de Nederlandse maatschappij te vergemakkelijken heeft de vereniging Exodus Nederland de afgelopen jaren tientallen ex-gedetineerden uit het buitenland ondersteund bij dit proces.
Exodus is een landelijke organisatie die opvang en ondersteuning biedt aan ex-gedetineerden en gedetineerden die in de laatste fase van hun straf zitten. Ook gedetineerden die een straf uitzitten in het buitenland komen hiervoor in aanmerking. Zij kunnen onder meer terecht in één van de elf Exodushuizen, die door het hele land gevestigd zijn. Elk huis biedt onderdak aan tussen de acht en de maximaal 25 bewoners. Er is 24 uur per dag begeleiding van Exodus aanwezig in de huizen. Voor iedere (ex)-gedetineerde wordt een programma opgesteld waarbij wordt gewerkt aan het vinden van een zinvolle dagbesteding, schuldhulpverlening, het opbouwen en herstellen van relaties en contacten, zingeving en - uiteindelijk - het vinden van zelfstandige woonruimte. Meestal verblijven de bewoners ongeveer zes maanden in een Exodushuis en worden zij daarna geplaatst in een zogenoemd doorstroomhuis. Daar zijn nog steeds regelmatig medewerkers van Exodus aanwezig, maar hebben de bewoners een grotere mate van vrijheid. De persoonlijke programma’s van de (ex)-gedetineerden zijn na ongeveer een jaar afgerond, waarnaar zij doorstromen naar de reguliere woningmarkt. Gemiddeld worden zij daarna nog een jaar door Exodus begeleid op ambulante basis.
Dat de methode van Exodus zijn vruchten afwerpt, is inmiddels ook wetenschappelijk onderbouwd. Uit onderzoek onder leiding van Martin Moerings, hoogleraar penologie aan de Universiteit Leiden, is gebleken dat de kans dat ex-gedetineerden na succesvolle afronding van het Exodus project opnieuw de fout in gaan 10% lager ligt dan de algemene recidivekans. Specifieke cijfers over recidivekansen van deelnemers die vanuit buitenlandse detentie bij Exodus terecht zijn gekomen zijn er niet.
Volgens Marc Groenendijk, manager van Exodus Utrecht, doet deze groep het vaak echter bovengemiddeld goed. Exodus Utrecht heeft in totaal op dit moment, met twee Exodushuizen en drie doorstroomhuizen, ongeveer dertig (ex)-gedetineerden onder behandeling. Drie daarvan hebben een verleden in een buitenlandse gevangenis. Per jaar bestaat deze groep in Utrecht uit ongeveer vijf tot tien personen. Opvallend aan deze groep is volgens Groenendijk dat zij vanwege de erbarmelijke omstandigheden in buitenlandse gevangenissen en afzondering van hun families vaak zwaar getraumatiseerd zijn, maar dat de motivatie om het Exodus programma tot een goed einde te brengen vaak hoog is.
In praktisch opzicht willen er nog wel eens problemen ontstaan rond de groep ex-gedetineerden uit het buitenland. Waar gedetineerden in Nederland al voor het einde van hun detentie voorbereidingen kunnen treffen en een intakegesprek met Exodus kunnen houden, ontbreekt die mogelijkheid voor deze groep. Dit betekent dat de intake pas gehouden kan worden op het moment dat de gedetineerden weer in Nederland zijn aangekomen. Aangezien het regelmatig voorkomt dat zij geen enkel ander opvangalternatief hebben, kan dit problemen opleveren indien er niet direct opvangruimte beschikbaar is of bij de intake blijkt dat iemand toch niet voor Exodusopvang in aanmerking komt. Want niet iedereen is geschikt voor deelname aan het Exodus project. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld personen bij wie een zware psychiatrische problematiek speelt. Het is daarom zaak om zo vroeg mogelijk - nog vanuit buitenlandse detentie - de aanmelding bij Exodus te regelen en zoveel mogelijk relevante informatie te verschaffen.
Zie voor meer informatie over opvang of ondersteuning door Exodus: www.exodus.nl







