Wots-verdrag tussen Nederland en Peru: nog een lange en onzekere weg te gaan
In Peru zitten ongeveer 117 Nederlanders een vrijheidsbenemende straf uit, voornamelijk in verband met overtreding van de Opiumwet. Op dit moment is het voor deze mensen niet mogelijk om die straf in Nederland uit te zitten, omdat Nederland en Peru hierover geen verdrag met elkaar hebben gesloten. De afgelopen tijd zijn in de media een aantal berichten over onderhandelingen tussen Nederland en Peru verschenen. PrisonLaw ontving hierdoor de afgelopen tijd veel informatieaanvragen met betrekking tot deze onderhandelingen. PrisonLaw wil een zo helder mogelijk overzicht geven van de voortgang van de verdragsonderhandelingen, en daarmee eventuele onduidelijkheden over dit onderwerp wegnemen of vragen hierover beantwoorden.
Omstreeks het begin van het jaar 2008 heeft Peru, wellicht door het grote aantal buitenlanders dat thans in een van de Peruaanse gevangenissen is gedetineerd, de nationale wetgeving zodanig aangepast dat gevonniste personen ook kunnen worden overgebracht naar landen met een milder strafklimaat. Peru kent, net als Nederland, de voorwaarde dat de overdracht van gevonniste personen alleen kan plaatsvinden op basis van een verdrag. De Nederlandse overheid is in 2008 gestart met een inventarisatie van landen waar veel Nederlanders zijn gedetineerd, die hun straf niet in Nederland kunnen uitzitten omdat Nederland met die betreffende landen geen verdragsrelatie heeft. Die landen, waaronder Peru, zijn door de Nederlandse overheid benaderd om zich aan te sluiten bij het Verdrag overbrenging gevonniste personen (VOGP), een multilateraal wots-verdrag van de Raad van Europa waar ook landen die geen lid zijn zich bij kunnen aansluiten. Peru heeft Nederland laten weten grondwettelijke bezwaren te hebben tegen een regeling via de Raad van Europa. Gezien het grote aantal Nederlandse gedetineerden, heeft Nederland in 2008 onderhandelingen tot het sluiten van een bilateraal wots-verdrag tussen Nederland en Peru geïnitieerd.[1]
Medio 2008 heeft de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken Verhagen zich in een nieuwsbericht op de website van zijn Ministerie verheugd uitgelaten over de aanstaande onderhandelingen en een snelle totstandkoming van een wots-verdrag tussen Nederland en Peru. [2] Het verdere verloop van de onderhandelingen heeft uitgewezen dat dit nieuwsbericht, zoals hieronder zal blijken, enigszins voorbarig is geweest.
De toenmalige Minister van Justitie Hirsch Ballin heeft op 16 februari 2009 de Tweede Kamer geïnformeerd over de toezending van een concept-verdrag naar Peru. [3] Tijdens het opstellen van die brief bestudeerde de Peruaanse autoriteiten dit verdrag. Naar aanleiding van vragen van het voormalig SP-kamerlid Krista van Velzen is duidelijk geworden dat Peru bezwaren heeft tegen een aantal onderdelen van dat concept. Die betroffen onder meer de wijze waarop Nederland de straffen ten uitvoer zal leggen. Dit gaat met name over de vraag of Nederland de Peruaanse straffen overneemt of deze omzet in een straf die aansluit bij een Nederlandse, en dus doorgaans lagere straf. In verband met die bezwaren is een nader overleg tussen Peru en Nederland op de agenda gezet en heeft Nederland de tekst van het recent gesloten wots-verdrag met Brazilië “ter inspiratie” opgestuurd, met als doel het vinden van een oplossing te vergemakkelijken. Nader overleg, waarin de Peruaanse bezwaren zouden worden besproken, werd voor september 2009 op de agenda gezet.[4]
Op 20 oktober 2009 heeft Krista van Velzen opnieuw Kamervragen gesteld over de voortgang van de onderhandelingen en de uitkomst van het geplande overleg in 2009.[5] De Minister van Justitie heeft deze vragen op 13 november beantwoord en laat weten dat de onderhandelingen in september 2009 doorgang hebben gevonden en zullen worden voortgezet. Volgens de Minister is het onderhandelingsproces er niet mee gediend dat op detail wordt ingegaan op hetgeen is besproken. De Minister geeft alleen aan dat de onderhandelingen niet konden worden afgerond, omdat er nog geen overeenstemming is bereikt over de wijze waarop na een overbrenging de buitenlandse straf ten uitvoer zal worden gelegd.[6]
De onderhandelingen tussen Nederland en Peru zijn gestart in 2008. Nu, twee jaar later, is er nog geen concreet uitzicht op afronding van de onderhandelingen. Mocht Nederland en Peru tot overeenstemming komen, dan zal het verdrag nog door de parlementen moeten worden geratificeerd voordat het in werking treedt en de overbrenging een feit wordt. Het is duidelijk dat het onderhandelingsproces minder voortvarend verloopt dan gewenst en goed is, te meer daar het aantal Nederlanders dat thans gedetineerd in Peru ten opzichte van 2008 alleen maar is toegenomen. PrisonLaw heeft al vanaf het begin gewezen op mogelijke vertraging in het onderhandelingsproces.
Onlangs is opnieuw een Nederlander, Joran van der Sloot, aangehouden en in afwachting van zijn berechting in Peru in voorlopige hechtenis genomen. Zijn arrestatie is in zowel de nationale als de internationale media niet onbesproken gebleven. In Peru heeft de zaak ook veel aandacht gekregen. De huidige president van Peru, Alan Garcia, heeft al laten weten dat er geen sprake van kan zijn dat Joran zal worden overgebracht naar Aruba. Gezien de commotie is ontstaan in Peru, wil Garcia dat hij zijn gehele straf in Peru zal moeten uitzitten. Op dit moment is nog onduidelijk welke invloed de aanhouding van Van der Sloot zal hebben op het onderhandelingsproces. Aan de ene kant zal er sterk rekening mee gehouden moeten worden dat de aanwezigheid van Van der Sloot een reden kan zijn voor de Peruaanse autoriteiten om het onderhandelingsproces verder te vertragen of zelfs stop te zetten, en zo te voorkomen dat Van der Sloot zijn straf in Nederland zou kunnen uitzitten. Aan de andere kant kan het als een katalysator voor het onderhandelingsproces werken, omdat Van der Sloot in de belangstelling van de internationale media staat en het afbreukrisico voor Peru te groot is als zal blijken dat hij op de een of andere manier in detentie iets zal overkomen.
Op dit moment is het dus nog steeds afwachten totdat Nederland en Peru tot overeenstemming kunnen komen. Dit brengt grote onzekerheid met zich mee voor het grote aantal Nederlandse gedetineerden in Peru en hun achterblijvende familieleden. Tot op heden heeft PrisonLaw met regelmaat aandacht gevraagd voor de voortgang van de onderhandelingen en de noodzaak van het sluiten van een wots-verdrag met Peru. PrisonLaw zal zich ook in de toekomst voor de totstandkoming van het verdrag blijven inzetten en het onderhandelingsproces nauwlettend in de gaten blijven houden en hiervan verslag van blijven doen. Voor nadere vragen kunt u via onze website www.prisonlaw.nl contact opnemen.
- Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, Aanhangsel van de Handelingen, 9 (www.overheid.nl).
- Zie http://www.minbuza.nl/nl/Actueel/Nieuwsberichten/2008/07/Snel_gedetineerdenovereenkomst_ Nederland_en_Peru.
- Zie Kamerstukken II 2008-2009, 30 010, nr. 13 (www.overheid.nl).
- Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, Aanhangsel van de Handelingen, 2990 (www.overheid.nl)
- Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2009-2010, Vragen, 2009Z19294 (www.overheid.nl).
- Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2009-2010, Aanhangsel van de Handelingen, 647 (www.overheid.nl).







