Doodstraf in Indonesië

De twee Nederlanders Dick Nicolaas en Ang Kiem Soei zitten al jaren in een Indonesische gevangenis. Zij wachten op de executie van de hen opgelegde doodstraf. Beide mannen zijn veroordeeld voor een drugsgerelateerd delict, te weten de productie van XTC. De doodstraf wordt nog altijd opgelegd in Indonesië. Er zijn vele gevangenen die hun jaren, net als Dick Nicolaas en Ang Kiem Soei, in onzekere afwachting van hun executie slijten. Toch is er relatief weinig bekend over de doodstraf in Indonesië, voornamelijk omdat de Indonesische overheid niet of nauwelijks informatie verstrekt.

In 2005 zijn negen Australiërs (“The Bali Nine”) in Indonesië schuldig bevonden aan drugssmokkel. De grote hoeveelheid heroïne die zij van Bali naar Australië wilden smokkelen werd door de lokale overheden onderschept. In eerste instantie werden de negen Australiërs veroordeeld tot zeer lange gevangenisstraffen, pas in hoger beroep werd een drietal van hen ter dood veroordeeld. Aan de hand van bovenstaande casus rezen verschillende vragen naar de rechtmatigheid van de doodstraf in Indonesië. Is de doodstraf in strijd met het constitutioneel gewaarborgde recht op leven? Is de doodstraf in strijd met internationaal geldende verdragen? Deze vragen werden door de Constitutional Court van Indonesië ontkennend beantwoord. Gesteld werd dat er een grens is aan het constitutioneel verankerde recht op leven. Artikel 6 van het Internationaal Verdrag betreffende Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) erkent een wettelijk recht op leven en bepaald dat niemand willekeurig van zijn leven mag worden beroofd. Echter, dwingt artikel 6 IVBPR niet tot afschaffing van de doodstraf.

Zo stelde de Indonesische rechter in een aantal strafzaken dat drugssmokkel een zeer ernstig vergrijp is waartegen de bevolking beschermd moet worden. Ook de Indonesische president, Susilo Bambang Yudhoyono, heeft aangegeven de doodstraf te ondersteunen. Hij heeft gedurende zijn regeerperiode (2004 - heden) nauwelijks gebruikt gemaakt van zijn bevoegdheid presidentiële clementie te verlenen, en bovendien aangegeven nooit presidentiële clementie te zullen verlenen voor drugsgerelateerde delicten.

Volgens het Indonesische Wetboek van Strafrecht kan de doodstraf onder andere opgelegd worden voor misdrijven gerelateerd aan moord, drugs en terrorisme. De doodstraf wordt in Indonesië uitgevoerd middels een vuurpeloton. Een inschatting van het aantal ter dood veroordeelden is moeilijk te maken, aangezien de Indonesische overheid geen officiële cijfers vrijgeeft. Op basis van onderzoek van Amnesty International (2009)1 wordt vermoed dat er tenminste 119 ter dood veroordeelden in de Indonesische gevangenissen vastzitten. Minimaal 22 van de ter dood veroordeelden hebben een buitenlandse nationaliteit. Hiervan zijn er 20 buitenlanders veroordeeld vanwege drugsgerelateerde delicten.

De afgelopen tien jaar zijn er nauwelijks executies uitgevoerd. Dit is voornamelijk te wijten aan de langdurige en bureaucratische procedures die aan executie voorafgaan. De doodstraf is voor het laatst uitgevoerd in 2008. Toen werden onder andere Ali Ghufron, Imam Samudera en Amrozi bin H. Nurhasyim geëxecuteerd voor hun rol in de bomexplosies op Bali in 2002.

De toepassing en de effectiviteit van de doodstraf is zeer omstreden. Het risico van een onjuiste veroordeling is het voornaamste kritiekpunt op handhaving van de doodstraf. Wanneer het functioneren van het juridische systeem van Indonesië onder de loep genomen wordt, blijken er ernstige tekortkomingen te zijn. Deze tekortkomingen kunnen bijdragen aan onterechte veroordeling tot de doodstraf van onschuldigen. Uit rapportages van verschillende mensenrechtenorganisaties blijken dat er in Indonesië lang niet altijd sprake is van een eerlijk proces, zoals dat in internationale wetgeving is vastgelegd. Zo worden verklaringen en bekentenissen van verdachten veelvuldig verkregen door middel van marteling en mishandeling en wordt de verdachte de toegang tot juridische bijstand of een tolk ontzegd. Bovendien zijn er talloze voorbeelden van corruptie binnen de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie. Vanzelfsprekend is het vergrote risico op onterechte ter dood veroordeling, dat voortkomt uit deze verschillende factoren, onaanvaardbaar gezien het onomkeerbare karakter van de doodstraf. Bovendien wordt de zware last van een ter doodveroordeling verder verzwaard door de erbarmelijke omstandigheden in de Indonesische gevangenissen. De gevangenissen worden gekenmerkt door overbevolking, gebrekkige voedsel- en drinkwatervoorziening, gebrekkige sanitaire voorzieningen, gebrekkige hygiëne, gebrekkige gezondheidszorg, corruptie van de gevangenisbewaarders en mishandeling van gevangenen. De ter dood veroordeelden leven vaak jarenlang in deze onmenselijke omstandigheden in afwachting van de executie.

Kortom, de veroordeling tot de doodstraf wordt in Indonesië veelvuldig toegepast. Nederlandse bezoekers in Indonesië en de eilandenarchipel dienen dan ook rekening te houden met de zware straffen (waaronder de doodstraf) die opgelegd kunnen worden indien men de lokale wetgeving overtreed. Blijf ver van strafbare feiten en voornamelijk drugsgerelateerde delicten. Voor buitenlanders wordt namelijk geen uitzondering gemaakt. De Indonesische wetgeving is niet voor buitenlanders geschreven. Buitenlandse gedetineerden krijgen veelal in verhouding met Indonesische gedetineerden zware straffen opgelegd en lopen het risico ter dood veroordeeld te worden, dit om een voorbeeld te stellen aan de buitenwereld. De doodstraf in Indonesië betekent: Een aanzienlijk risico op onterechte veroordeling en vervolgens jarenlang afwachten in erbarmelijke omstandigheden met de dood als het zwaard van Damocles boven het hoofd. Een zware straf, verder verzwaard door mensonterende omstandigheden.

Geschreven door onze landenspecialist Elburg van Boetzelaar

1 Amnesty International (2009). Death Sentences and Executions in 2009