Straf uitzitten in Nederland

Gedetineerd in het buitenland en uw straf in Nederland uitzitten

Nederland is partij bij het Verdrag inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen uit 1983 (“Council of Europe Convention on the Transfer of Sentenced Persons ” en in Nederland ook wel VOGP genoemd). Dit Verdrag maakt het mogelijk dat een Nederlander, die in het buitenland is veroordeeld, onder bepaalde voorwaarden die straf in een Nederlandse gevangenis kan ondergaan. De Nederlandse uitvoeringswet van onder andere het VOGP heet de “Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen”, ook wel de WOTS genoemd. De mogelijkheid tot overbrenging bestaat alleen bij die landen, die partij zijn bij een verdrag tot overbrenging van gevonniste personen. Dat kan een multilateraal verdrag zijn (zoals het VOGP), waarbij meerdere landen partij zijn, of een bilateraal verdrag, dat enkel tussen twee landen is gesloten. Alleen Venezuela, Marokko en Thailand hebben tot op heden (ieder apart) een bilateraal verdrag met Nederland gesloten.

 

Verdragslanden

Hier vindt u een Lijst met alle landen die aangesloten zijn bij het VOGP. Staat het land dat u zoekt in de lijst dan kan een Nederlandse gedetineerde in beginsel een verzoek doen tot het uitzitten van zijn straf in Nederland. Zoals gezegd heeft Nederland een apart verdrag met Venezuela, Marokko en Thailand. Bij detentie in die landen kan dus ook in beginsel om overbrenging naar Nederland gevraagd worden.

 

Voorwaarden

Om voor overbrenging in aanmerking te komen moet ten minste aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De gedetineerde is een Nederlander afkomstig uit Nederland, of een vreemdeling die in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning voor Nederland. De band met Nederland dient aantoonbaar te zijn;
  • De veroordeling moet onherroepelijk zijn. Dit wil zeggen dat geen hoger beroep meer aangetekend kan worden en er geen procedure van hoger beroep mag lopen op het moment van de aanvraag;
  • Het gedeelte van de straf dat nog moet worden uitgezeten moet minstens zes maanden zijn op het moment dat het verzoek bij het ministerie van Justitie in Nederland binnenkomt;
  • Het feit waarvoor veroordeeld is, moet ook in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba strafbaar zijn;
  • De gedetineerde moet bereid zijn schriftelijk te verklaren dat hij/zij ermee eens is dat de straf in Nederland wordt ondergaan;
  • Zowel de autoriteiten van het land waar de gevangene gedetineerd is als de Nederlandse autoriteiten moeten met de overbrenging instemmen;
  • Het verzoek moet bij Bureau Internationale Rechtshulp Strafzaken (BIRS) ingediend worden. De vereiste stukken die bij de aanvraag moeten worden ingeleverd verschillen per land.

 

Afwijzing

Over een afgewezen verzoek kan navraag gedaan worden bij de volgende instanties:
1. Afwijzing door autoriteiten van het land waar de persoon gedetineerd is: ministerie van Justitie.
2. Afwijzing door Nederlandse autoriteiten: Nederlands ministerie van Justitie (BIRS).

 

Indienen verzoek

Een verzoek tot overbrenging kan bij de gevangenisautoriteiten ingediend worden na de uitspraak van de rechter en nadat de gedetineerde is overgebracht naar de gevangenis waar hij/zij de rest van de straf moet uitzitten. Meestal dient de gevangenis een aanvraag in op verzoek. Soms moet een eigen verzoek, in het Engels, schriftelijk kenbaar gemaakt worden aan het ministerie van Justitie van het land van detentie. De procedure kan besproken worden met de gevangenisautoriteiten. De advocaat speelt hier geen rol bij.

 

Twee procedures

Als de aanvraag wordt goedgekeurd, zijn er twee manieren waarop de Nederlandse autoriteiten het strafvonnis kunnen overnemen:
1. De onmiddellijke of voortgezette tenuitvoerlegging: deze procedure houdt in dat de veroordeling die in Nederland moet worden ondergaan, gelijk is aan de duur van de straf die in het buitenland is opgelegd.
2. De exequaturprocedure of omzettingsprocedure (twee namen voor dezelfde procedure): deze procedure houdt in dat de rechter in Nederland de buitenlandse straf omzet in een Nederlandse straf, mits de buitenlandse autoriteiten daar geen bezwaar tegen hebben. De omgezette straf mag niet hoger, maar wel lager zijn dan de in het buitenland opgelegde straf.

Bij onmiddellijke of voortgezette tenuitvoerlegging wordt de in het buitenland opgelegde straf voortgezet in Nederland. Hierbij is geen rechtshulp nodig. Bij de exequaturprocedure of omzettingsprocedure wordt de buitenlandse straf door de Nederlandse rechter omgezet naar Nederlandse maatstaven. De rechter moet daarbij wel rekening houden met de rechtsopvattingen die in de veroordelende staat gelden. Zo kan de rechter enerzijds rekening houden met het feit dat de gedetineerde een tijd in het buitenland heeft vastgezeten, wat als een zwaardere straf gezien kan worden dan het doorbrengen van detentie in een Nederlandse gevangenis, maar anderzijds kan de rechter ook oordelen dat dit geen rol speelt aangezien de veroordeelde bij het plegen van het delict op de koop heeft toegenomen dat hij in een buitenlandse gevangenis terecht zou komen.

De Nederlandse rechter beoordeelt per geval of de buitenlandse straf wordt omgezet naar een lagere straf, of dat deze gelijk blijft. Daarbij mag ook rekening gehouden worden met persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde die pas na de laatste uitspraak in het buitenland bekend zijn geworden. Tevens kan de Nederlandse rechter rekening houden met het eventuele Nederlandse strafblad van de in het buitenland veroordeelde persoon. Omdat bij de exequaturprocedure of omzettingsprocedure de zaak door de rechter wordt beoordeeld is bijstand van een Nederlandse advocaat nodig.

De tijd die in buitenlandse detentie is doorgebracht wordt van de straftijd afgetrokken. Bovendien is in Nederland de gebruikelijke regeling van de vervroegde invrijheidstelling van toepassing. Omdat bij drugsdelicten sommige buitenlandse autoriteiten alleen akkoord gaan met volledige tenuitvoerlegging van de in het buitenland opgelegde straf door Nederland, kan dit, gezien de hoge strafmaat, wel eens een belemmering vormen. Het Nederlandse ministerie van Justitie past de WOTS-procedure maar één keer per persoon toe.

Informatievoorziening

De buitenlandse autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de informatieverstrekking over de te volgen procedure. De Nederlandse ambassade kan ook inlichtingen verstrekken over deze procedure. Tevens kan de ambassade of het consulaat een verklaring van Nederlanderschap verstrekken als dat nodig is voor de aanvraag. De ambassade verleent echter geen bemiddeling bij het verzoek tot overbrenging naar Nederland. De ministeries van Justities handelen de procedure af. Een advocaat speelt hier geen substantiële rol bij. Wel kan een advocaat informatie verstrekken over de procedure en bij instanties navragen hoe het met de procedure staat.

Wanneer een WOTS-verzoek is ingediend kan de contactpersoon van de gedetineerde navraag doen over de stand van zaken bij het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken (BIRS). Deze instantie is onderdeel van ministerie van Justitie te Den Haag.

Informatie kan verkregen worden door de WOTS-informatielijn (Wotslijn) van het ministerie van Justitie telefonisch te contacteren op telefoonnummer 070-370 75 55 (bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 uur en 12.00 uur). Via deze weg kunnen ook algemene vragen gesteld worden. De duur van de totale procedure verschilt per land maar kan maanden en zelfs langer dan een jaar in beslag nemen.

Voor een aantal landen kan specifieke informatie gevonden worden in de landenbrochures van de reclassering Nederland.