Bezoekersverslag Griekenland

Van maandag 3 september tot woensdag 12 september jl. was ik in Athene om aldaar Nederlandse gedetineerden te bezoeken. Hieronder zal ik een korte uiteenzetting geven van mijn bezoek te Athene.

Op maandag 3 september jl. ontmoet ik de heer Agriofotis: een Griekse advocaat die de Nederlandse vrachtwagenchauffeur K. bijstaat. De Nederlandse vrachtwagenchauffeur K. zit sinds 1 april 2005 in detentie op verdenking van diefstal. Als tweede chauffeur is hij meegereisd richting Griekenland om een lading sigaretten te bezorgen bij een klant. Echter, deze klant heeft aangifte gedaan bij de Griekse autoriteiten, omdat de helft van de bestelling ontbrak. Sindsdien verblijft K. achter slot en grendel en wordt de tijd gedood met enig werk in de gevangenis. De Griekse advocaat vertelt mij dat hij zeer verbaasd is over het feit dat de Griekse rechtbank de bewijsvoering tijdens het geding buiten beschouwing heeft gelaten. Het gaat hierbij om het bewijs waarmee de openbreking van de zegel van de vrachtwagen en het tijdstip waarop de diefstal is gepleegd kunnen worden aangetoond. In het vonnis blijkt dat het bewijs dat de advocaat heeft aangevoerd geheel buiten beschouwing is gelaten. Op 31 oktober diende het hoger beroep. Helaas, is de getuige van de wederpartij niet ter zitting verschenen. Het gevolg hiervan is dat de zaak verdaagt is naar februari 2008. K. blijft tot die tijd in detentie en in lange onzekerheid. K blijft langer vastzitten dan de bedoeling. In beginsel zou hij in januari 2008 vrijkomen, want dan zit zijn hele straf erop. Door de omstandigheden van woensdag 31 oktober jl. zit K nu vast tot de volgende zitting en dat is pas in februari 2008. Hij zou een schadevergoeding kunnen krijgen voor de onrechtmatige detentie. Echter, wordt deze berekent naar ratio van zijn laatst genoten inkomen wat neer komt op 9.80 euro per dag.

Op 4 september ga ik naar de Chalkida waar K. vastzit. De gevangenis ligt midden in een woonwijk. Het schijnt dat het vroeger een ziekenhuis was en dat er toentertijd geen woonwijk was gebouwd. Terwijl ik naar de gevangenispoort loop, hoor ik in de verte kinderen buiten spelen. De heer K. ziet er vermagerd en bleek uit. Hij praat aan één stuk door over zijn leven voor de gevangenis en tijdens de gevangenis. Ik bespreek met hem zijn zaak en leg hem uit wat de opties zijn. Erger dan het nu is kan het volgens hem niet worden. In de gevangenis is werken een goede afleiding voor de dagelijkse zorgen. De gevangenis is gebouwd voor 150 gedetineerden, maar thans verblijven er maar liefst 230 gedetineerden in Chalkida. Ik vraag aan K. of hij het niet confronterend vindt om midden in een woonwijk gedetineerd te zijn. Hij geeft aan dat hij hierdoor juist een gevoel van binding heeft met de buitenwereld. Er mogen zelden toiletartikelen of voedsel voor gedetineerden worden meegenomen. Wel mag er twee keer per maand voorgebakken vlees aan de gedetineerden worden meegegeven. De heer K. is uiterst positief over het optreden van de Nederlandse ambassade. Daarnaast hoop ik- gelet op het tegenbewijs die door de zijde van K. wordt ingebracht –dat K. op basis van goed gedrag tijdens de detentie, in oktober op vrije voeten is.

In Griekenland zijn ongeveer 15 Nederlanders gedetineerd. Sommige Nederlanders zijn gedetineerd op verschillende eilanden in Griekenland. Gelet op de afstand is het onmogelijk om alle gedetineerden in een korte tijd te bezoeken. De gevangenisomstandigheden zijn ronduit slecht. Wat betreft de rechtsgang zou ik niet zeggen dat Griekenland behoort tot de Europese Unie. Op justitieel vlak is informatie niet of nauwelijks te verkrijgen. Ook proef ik angst bij diverse rechtshulpverleners.

Dit brengt mij ook bij de volgende gedetineerde, de heer A. De heer A. is op 31 oktober 2001 gearresteerd op verdenking van verdovende middelen. De vondst werd door middel van speurhonden gedaan in de personenauto waarin de heer A. zich op dat tijdstip bevond. Er wordt 93 gram gevonden waarvoor de heer A. inmiddels is veroordeeld voor 15 jaar gevangenisstraf en een geldboete van 30.000 euro. De auto werd verbeurd verklaard. Twee jaar later wordt in dezelfde auto door speurhonden opnieuw drugs gevonden van 9 kilogram. Hoewel getuigen verklaren dat - gelet op de verpakking - de gevonden verdovende middelen vrij oud zijn, wordt dit feit geheel buiten beschouwing gelaten tijdens het proces. De auto is inmiddels opgeslagen en de heer A. verblijft nog steeds in detentie. Desondanks wordt de heer A nogmaals veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf plus 5 jaar, een geldboete van 200.00 euro en permanente onttrekking van de burgerrechten op grond van de nieuwe vondst. Wat ik mij afvraag, is hoe iemand twee keer voor hetzelfde feit veroordeeld kan worden (ne bis idem principe)? Hoe heeft de rechtbank tot dit oordeel kunnen komen, terwijl de heer A. al die tijd in detentie verbleef, dus nooit bij de auto kon komen? Daarnaast waren alleen specifiek aangewezen personen bevoegd tot het terrein waar de auto was opgeslagen. Had de nieuwe vondst drugs überhaupt als bewijs gebruikt mogen worden? Maar buiten dit alles duidt het erop dat het hier gaat om drugs die meegewogen had moeten worden in het eerste proces en niet twee jaar later in een nieuw proces. De Griekse autoriteiten hebben incapabel gehandeld en de Nederlandse gedetineerde moet hiervoor de prijs betalen, door tweemaal voor hetzelfde feit veroordeeld te worden.

Ik breng een bezoek in de gevangenis van Pattra waar de heer A. gedetineerd is. De heer A. vertelt mij dat hij in 2003, ten tijde van de nieuwe vondst van 9 kilogram drugs, uit de gevangenis is gehaald. Voor de auto met drugs is een foto van hem gemaakt als bewijs voor het proces. Bovendien had hij de toegewezen advocaat nooit gezien. Zelfs na de zitting wordt hem het vonnis niet meegedeeld. Pas na verloop van tijd heeft hij zelf actie moeten ondernemen om te achterhalen wat de uitspraak was. A. heeft nooit ontkend dat hij 93 kilogram drugs heeft vervoerd. Hij heeft schuld bekend en vindt zelf dat hij de verdiende straf moet uitzitten. Maar 9 kilo heeft hij nimmer vervoerd, dus hoe kan hij daarvoor zijn veroordeeld? Ik vraag mij af hoe de drugs in de auto zijn terechtgekomen en waarom ze nu pas worden gevonden. Waarom is de drugs toentertijd niet gevonden? Kon de vondst als rechtsgeldig bewijs worden ingebracht in het geding? En hoe kan het toch dat een EU land de Europese rechten van de mensen opzij kan schuiven, zonder dat er op internationaal niveausancties worden opgelegd? Als er niets gebeurt voor A., dan zal hij pas op zijn vroegst na 16 jaar een gratieverzoek kunnen indienen voor een vervroegde invrijheidstelling. Voor een overbrenging naar Nederland zal A. eerst 4/5 van zijn straf moeten hebben uitgezeten, voordat hij een beroep op overbrenging kan doen. Echter, dit is geen verplichting en het verzoek kan geweigerd worden.

Verbaasd ben ik dat er in strijd gehandeld is met de rechten van de mens. Van Thailand had ik alles verwacht, maar van een EU-land? Verdragen en overeenkomsten zijn mooi op papier, maar in de praktijk is naleving ervan moeilijk af te dwingen, laat staan dat de afgesproken rechten en plichten op een goede wijze in de praktijk wordt toegepast. Ik bezoek de advocaat van A. de heer Dimitrios en we bespreken verschillende opties. Wij besluiten dat wij in overleg met de minister van Justitie te Athene een gesprek aanvragen om de zaak bespreekbaar te maken. De termijn voor het instellen van beroep is inmiddels verstreken, dus er zal onderhandeld moeten worden. Ik stel voor aan de advocaat om het vonnis te laten vernietigen en een verzoek daartoe in te dienen bij het gerechtshof. De advocaat weet mij te vertellen dat de Griekse Justitie niet zit te wachten op kritiek van juristen uit EU-landen, laat staan op een mensenrechtenorganisatie zoals PrisonLAW. Dit weerhoudt mij niet om toch stappen te ondernemen en ik begin aan mijn onderzoek. Mij wordt verteld dat het verzoek in overweging wordt genomen. Het besluit laat op zich wachten door de verkiezingen die gaande zijn in Griekenland.

Eenmaal terug in Nederland bereikt mij het bericht dat wij toestemming hebben gekregen om het verzoek in te dienen bij het Griekse Gerechtshof. Tezamen met de Griekse advocaat zullen wij het verzoek indienen bij het Griekse Gerechtshof. Hopelijk zal dit positief uitpakken voor de Nederlandse gedetineerde A., zie verder het artikel op onze website.

Namens de stichting PrisonLAW wil ik de ambassade te Athene, de Griekse ombudsman, en de advocaat Dimitrios bedanken voor hun medewerking en bijdrage in de bovenstaande zaken.

Rachel Imamkhan