Nieuw Europees Tenuitvoerleggingsbevel

Europese Unie: het uitzitten van buitenlandse straf in Nederland wordt makkelijker


Er zijn op dit moment ongeveer 1600 Nederlanders gedetineerd in een buitenlandse gevangenis binnen de Europese Unie. Op dit moment bestaat er voor deze personen de mogelijkheid om hun straf in Nederland uit te zitten door gebruik te maken van een Verdrag van de Raad van Europa. Hier wordt echter om verschillende redenen weinig tot geen gebruik van gemaakt. Per 2010 zal daar verandering in komen; dan zal namelijk het Europees Tenuitvoerleggingsbevel van kracht worden.


Onlangs hebben de Ministers van Justitie van de lidstaten overeenstemming bereikt over een regeling die het makkelijker voor Europeanen die gedetineerd zijn in een vreemd EU-land om naar hun eigen land terug te keren. Dit is van groot belang voor Nederlanders die in de toekomst in een andere EU-lidstaat veroordeeld worden tot een gevangenisstraf. Het zal voor hen gemakkelijker worden de straf in Nederland uit te zitten.


De invoering van het Europees Tenuitvoerleggingsbevel vloeit direct voort uit het streven om van de Europese Unie om een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te maken. Dit is een veelbelovende en misschien wel een wat holle doelstelling. Daarom is het belangrijk om te kijken wat nu de precieze gevolgen zijn van die voor Nederlands die na 2010 in een ander EU-land tot een gevangenisstraf veroordeeld worden. Op dit moment is een verzoek tot overdracht het startpunt van de procedure die moet leiden tot de overname van de strafexecutie. Dit verzoek wordt gedaan door het land waar de gedetineerde is veroordeeld of de gedetineerde zelf. Een dergelijk verzoek is niet verplichtend en Nederland hoeft het dus niet in te willigen.


In de nieuwe situatie is er geen sprake meer van een verzoek, maar van een bevel. Dit houdt in dat Nederland een veroordelend buitenlandse uitspraak moet accepteren en de straf moet overnemen indien er een verzoek daartoe wordt gedaan. Wel zijn er een aantal voorwaarden: de veroordeelde bezit de Nederlandse nationaliteit en moet in Nederland zijn woonplaats hebben, of de veroordeelde heeft de laatste 5 jaren legaal in Nederland gewoond en verliest zijn recht tot verblijf in Nederland niet door de veroordeling.

Geen toestemming van de gedetineerde

Een gedetineerde kan om uiteenlopende redenen niet instemmen met de overname van een straf. Daarom is over in de huidige situatie in principe toestemming nodig van de veroordeelde. Dat gaat ook veranderen. Ook hier is er weer sprake van een bevel van de veroordelende lidstaat aan Nederland, waardoor het vereiste van toestemming van de veroordeelde komt te vervallen.

Omzettingsprocedure naar voortgezette tenuitvoerlegging

Een andere belangrijke wijziging is dat bij de overname van de straf niet de (thans mogelijke) omzettingsprocedure wordt gehanteerd maar die van voortgezette tenuitvoerlegging. Op het moment wordt bij de tenuitvoerlegging van de straf door Nederland vaak de omzettingsprocedure (exequaturprocedure) gehanteerd. Dat wil zeggen dat de in het buitenland opgelegde straf door de rechter aangepast wordt aan de Nederlandse maatstaven. De rechter moet daarbij wel rekening houden met de rechtsopvattingen die in de veroordelende lidstaat gelden en mag dus niet net doen of het om een strafbaar feit gepleegd in Nederland gaat. Hij mag echter wel rekening houden met het feit dat de betreffende persoon een tijd in een buitenlandse gevangenis heeft gezeten, wat als een zwaardere straf wordt gezien dan het doorbrengen van detentietijd in een Nederlandse gevangenis.


Er zijn echter een aantal lidstaten van de Europese Unie die zich niet kunnen vinden in deze Nederlandse omzettingsprocedure. Zij eisen dat Nederland de procedure van voortgezette tenuitvoerlegging toepast. Dat wil zeggen dat de buitenlandse straf in zijn geheel wordt overgenomen, zonder te kijken of er in Nederland voor hetzelfde misdrijf niet een veel lagere straf opgelegd zou zijn. Deze problematiek speelt voornamelijk bij drugsgerelateerde delicten. Er zitten namelijk niet alleen veel Nederlanders voor dergelijke vergrijpen in een buitenlandse cel, Nederland hanteert in de regel lagere straffen voor dergelijke delicten. In de praktijk komt het er op neer dat deze landen weigeren een verzoek tot strafovername te doen of dat Nederland weigert de straf over te nemen. Dit betekent dat er een patsstelling ontstaat en de gedetineerde blijft zitten waar hij zit, namelijk in de buitenlandse cel.


Een belangrijk begrip in het strafrecht van de Europese Unie is het beginsel van wederzijdse erkenning. Dit houdt in dat lidstaten elkaars rechterlijke beslissingen moeten erkennen, ook al zouden ze zelf in eenzelfde of soortgelijke situatie tot een andere uitkomst zijn gekomen. De Nederlandse omzettingsprocedure is in strijd met dit beginsel van wederzijdse erkenning en kan dus niet langer worden toegepast. Het gevolg is dat de procedure van voortgezette tenuitvoerlegging moet worden toegepast. De straf kan niet of slechts zeer beperkt worden aangepast aan de Nederlandse strafmaat, wat betekent dat de betreffende gedetineerden op dit punt een groot nadeel zullen hebben van de invoering van het Tenuitvoerleggingsbevel.

Afschaffing dubbele strafbaarheid

Voorts zal het vereiste van dubbele strafbaarheid afgeschaft worden. Simpel gezegd houdt het vereiste in dat Nederland alleen een opgelegde straf overneemt indien het feit waarvoor de straf is opgelegd ook in Nederland strafbaar is. Zoals bekend heeft Nederland op een aantal terreinen afwijkende opvattingen over de hoogte van straffen of strafbaarheid. Euthanasie is in Nederland bijvoorbeeld onder bepaalde voorwaarden niet strafbaar. Ook ten aanzien van (soft)drugs heeft Nederland een relatief soepel beleid. De afschaffing van het vereiste van dubbele strafbaarheid zou dus kunnen betekenen dat Nederland de straf moet overnemen van een Nederlandse arts die bijvoorbeeld in Italië is veroordeeld voor het plegen van euthanasie. Dit zou betekenen dat Nederland zijn opvattingen moet laten varen en de arts zijn straf in een Nederlandse gevangenis moet laten uitzitten. Gelukkig bestaat er de mogelijkheid om een voorbehoud te maken. De verwachting is dat Nederland dit ook zal doen om ongewenste situaties zoals het voorbeeld van de arts te voorkomen.

Termijnen

Een laatste wijziging van belang is het stellen van termijnen voor de overbrenging. Op dit moment is er geen sprake van enige termijnstelling, waardoor de overbrengingsprocedure soms zeer veel tijd in beslag neemt. Een negatief voorbeeld is Spanje; hier beslaat de hele procedure soms wel twee jaar. Door het stellen van termijnen zal dit proces aanzienlijk versneld kunnen worden. Dit is eerder bewezen bij de invoering van een uitleveringsprocedure (juridisch overlevering genoemd) tussen lidstaten van de Europese Unie. Door het vaststellen van vaste termijnen zijn die procedures aanzienlijk ingekort. Korte termijnen zijn positief. De eerder aangehaalde termijn van twee jaar is natuurlijk veel te lang. Het uitzitten van de resterende straf in Nederland heeft in die gevallen eigenlijk nog weinig zin.

Conclusie

Het zal in de toekomst veel makkelijker worden voor Nederlanders om een straf opgelegd in een andere EU-lidstaat in Nederland uit te zitten. Bovendien zullen de procedures aanzienlijk worden versneld. Dit zijn twee grote voordelen van de nieuwe procedure.


Er zitten echter ook grote nadelen aan de nieuwe procedure. De straf zal niet meer worden omgezet naar een straf naar Nederlandse maatstaven, maar moet in zijn geheel worden uitgezeten. Omdat gedetineerde Nederlanders in het buitenland veelal vastzitten voor drugszaken, zal dit grote gevolgen hebben voor uiteindelijke strafmaat. Nederland geeft een deel van zijn soevereiniteit op strafrechtelijk gebied weg, met als gevolg dat Nederlanders die in het buitenland zitten een veel hogere straf uit zullen moeten zitten dan Nederlanders die voor dezelfde delicten zijn veroordeeld in eigen land. Hiermee wordt rechtsongelijkheid gecreëerd.


Gedetineerden betalen de dubbele rekening, omdat de rechter ook geen rekening meer kan houden met de zwaarheid van het deel van de straf die in het buitenland is uitgezeten. Bovendien is het een aantal jaren geleden al makkelijker geworden om verdachten over te leveren. Nu wordt het ook nog makkelijker om de uiteindelijke straf over te nemen. Gedetineerden kunnen op deze manier over het halve continent worden gesleept.


De doelstelling van de Europese Unie om een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen houdt niet alleen in dat procedures versneld en versimpeld moeten worden, maar ook dat rechten van gedetineerden worden gerespecteerd. Er zijn binnen de Europese Unie nog een groot aantal landen waar de omstandigheden in de gevangenissen niet voldoen aan de internationale standaarden. De Nederlandse overheid zou hier het initiatief kunnen en moeten nemen.


Geraadpleegde bronnen:

Europees Parlement, Europees Tenuitvoerleggingsbevel en overbrenging van gevonniste personen, P6_TA(2006)0256.