Kamervragen

Op 13 januari 2006, heeft er tussen PrisonLAW en het Ministerie van Buitenlandse Zaken een gesprek plaatsgevonden. Het doel van het gesprek was om de samenwerking tussen PrisonLAW met het Ministerie van Buitenlandse Zaken te verbeteren, zodat tegemoet gekomen kon worden, aan de wensen van betrokkene. Helaas heeft het gesprek niet het gewenste resultaat opgeleverd. Op maandag 6 februari j.l. heeft er in Den Haag een gesprek plaatsgevonden met PrisonLAW (Rachel Imamkhan), Jules Maaten (VVD Eurofractie) en Boris Dittrich. Naar aanleiding van dit gesprek heeft Boris Dittrich op verzoek van PrisonLAW schriftelijke kamervragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken.

De vragen met eventuele antwoorden zijn te raadplegen op www.tweedekamer.nl bij documentatie, onder parlando, publicatiedatum 22-02-2006, vraagnr. 2050608510.

Antwoorden van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Dittrich (D66) over de samenwerking met Prison Law.

Vraag 1

Bent u bekend met de organisatie Prison Law, die zich inzet voor Nederlandse gedetineerden in het buitenland?

Antwoord

Ja. Zowel op 9 juni 2005 als op 13 januari 2006 werden op mijn ministerie gesprekken gevoerd met een delegatie van de stichting Prison Law. Tijdens die gesprekken gaf Prison Law een toelichting op hun werkzaamheden ten behoeve van Nederlandse gedetineerden in het buitenland.

Vraag 2

Deelt u de mening dat de stichting Prison Law nuttig werk verricht door als zaakwaarnemer van Nederlandse gedetineerden in het buitenland te fungeren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar familieleden niet de kennis hebben om deze taak op zich te nemen, of familieleden niet aanwezig zijn?

Antwoord

Voor gedetineerden die de stichting als contactpersoon willen aanwijzen kan Prison Law nuttig werk verrichten. Voor de rol van contactpersoon is overigens geen specifieke juridische kennis vereist, wel is betrokkenheid van groot belang. In de regel wordt de taak vervuld door een familielid of door een vertrouwenspersoon uit de kennissenkring van gedetineerde. De keuze van de contactpersoon is uitsluitend aan de gedetineerde. Het ministerie van Buitenlandse Zaken speelt bij deze keuze geen rol. De praktijk heeft uitgewezen dat door de gedetineerde aangewezen contactpersonen zich over het algemeen goed van hun taak als zaakwaarnemer kwijten.

Vraag 3

Waarom wordt de volmacht die door Nederlandse gedetineerden in het buitenland aan Prison Law wordt gegeven om hen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken te vertegenwoordigen, door het ministerie van Buitenlandse Zaken niet geaccepteerd?

Antwoord

Indien een gedetineerde de stichting Prison Law als contactpersoon wil aanwijzen, zal dit door het ministerie van Buitenlandse Zaken gerespecteerd worden. De gedetineerde is vrij in zijn keuze, vooropgesteld dat de aan te wijzen contactpersoon in Nederland woonachtig is en met hem of haar regelmatig contact mogelijk is. De Nederlandse gedetineerde kan echter, ter voorkoming van verwarring en misverstanden en teneinde zijn privacy zoveel mogelijk te beschermen, slechts één contactpersoon aanwijzen.

Vraag 4

Is het waar dat ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben aangegeven het niet op prijs te stellen dat Prison Law de belangen behartigt van Nederlandse gedetineerden in het buitenland bij het ministerie van Buitenlandse zaken?

Antwoord

Nee. De stichting Prison Law is op 13 januari 2006 wel gewezen op het feit dat, indien zij door de gedetineerde niet als contactpersoon is aangewezen, het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens geen informatie over een gedetineerde aan de Stichting mag verstrekken.

Vraag 5

Hoe gaat u ervoor zorgen dat de samenwerking tussen Prison Law en het ministerie van Buitenlandse Zaken verbetert en Prison Law de medewerking krijgt van uw ministerie voor het uitvoeren van haar werk?

Antwoord

Het ministerie van Buitenlandse Zaken hecht aan goede samenwerking met alle maatschappelijke organisaties die zich gedetineerdenbegeleiding in het buitenland mede ten doel stellen. De ondersteuning van en samenwerking met dergelijke organisaties beoogt in de optiek van mijn ministerie bij te dragen tot verdere kwaliteitsverbetering van de Nederlandse gedetineerdenbegeleiding in het buitenland. Om die reden is mijn ministerie bereid de mogelijkheden tot samenwerking met Prison Law onderzoeken. In dit verband is bijvoorbeeld tijdens het gesprek op 13 januari 2006 de stichting gevraagd naar de rol die de stichting zou kunnen spelen in het kader van algemene voorlichting aan gedetineerden over lokale juridische processen die voor de gedetineerden in een bepaald land relevant zijn.