Consulaire bijstand en rechtshulp voor Nederlandse gedetineerden in het buitenland

Nederlandse gedetineerden in het buitenland verwachten vaak dat zij zullen worden behandeld volgens de Nederlandse standaardnorm Niets is minder waar. Als je gedetineerd bent in het buitenland, dan geldt de wet -en regelgeving van dat desbetreffende detentieland.

Consulaire bijstand

Op grond van artikel 5 van het Verdrag van Wenen, betreffende consulaire betrekkingen van 24 april 1963, behartigt een verdragstaat de belangen van zijn onderdanen in het buitenland. Het verdrag gaat over de status en organisatie van de consulaire dienstverlening, maar niet over de inhoud van de dienstverlening zelf.

Er zijn veel onduidelijkheden over de rol en bevoegdheden van het Ministerie van Buitenlandse zaken bij het verlenen van consulaire bijstand en over de gesubsidieerde rechtshulp voor Nederlandse gedetineerden in het buitenland.

De Nederlandse wet schrijft geen specifiek standaardniveau van consulaire dienstverlening voor. Enkele jaren geleden heeft het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak in de zaak Staat -Van Dam enkele principiële overwegingen opgenomen, die in de praktijk als richtlijn dienen. Op basis van deze uitspraak heeft de Staat op het gebied van consulaire dienstverlening beleidsvrijheid en mag hij zich mede laten leiden door politieke overwegingen. Wel moet de Staat zich de belangen van zijn onderdanen die in het buitenland verblijven aantrekken. Dat wil zeggen dat de Staat een onderdaan niet geheel aan zijn lot mag overlaten en een inschatting dient te maken van wat zou kunnen en moet worden gedaan.

Echter, de Staat kan niet in de rechtsgang van een ander land treden en kan ook geen onderzoek instellen naar een eventueel strafbaar feit in dat andere land. Daarnaast kan de Staat er niet voor zorgen dat de gedetineerde in vrijheid wordt gesteld, een voorkeursbehandeling krijgt of op borgtocht vrij komt. Wel kan Nederland de (lokale) autoriteiten via de diplomatieke weg aanspreken op een menswaardige behandeling van gedetineerden. In de praktijk blijkt dat de Nederlandse ambassade vanwege het nastreven van een goede relatie met de lokale autoriteiten terughoudend optreedt als het gaat om het indienen van klachten. In geval van een klacht over de behandeling in detentie moet blijken dat de gedetineerde slechter wordt behandeld dan andere gevangenen in dezelfde gevangenis. Wel kan de ambassade of het consulaat de gedetineerde de weg wijzen naar juridische bijstand.

Het verlenen van consulaire bijstand is echter maatwerk. Dit vanwege de grote verschillen in lokale omstandigheden, de omvang van de bezetting van de diplomatieke vertegenwoordiging en de behoeften van de individuele gedetineerde Nederlander. Ook kunnen logistieke problemen de consulaire bijstand beperken.

Gesubsidieerde rechtshulp aan Nederlandse gedetineerden

Op basis van de overbrengingsprocedure als bedoeld in de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (hierna: de WOTS) kan men in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Wel moet voldaan zijn aan het wettelijke vereiste dat er sprake dient te zijn van een in de Nederlandse rechtssfeer gelegen rechtsbelang. Dit betekent dat alleen voor de procedure die dient bij de Nederlandse rechter in het kader van de overbrenging, een Nederlandse advocaat door de Raad voor rechtsbijstand wordt toegevoegd. De rechtsbijstand ziet niet toe op de juridische bijstand voorafgaand aan de procedure van de overbrenging. Dit houdt in dat men voorafgaand aan de de WOTS-procedure voor de juridische bijstand is overgeleverd aan de advocaten van het desbetreffende detentieland. Indien men toch gebruik wenst te maken van een Nederlandse advocaat, dan kan dit alleen tegen betaling.

Het voorzien in adequate, onafhankelijke rechtsbijstand bij een strafrechtelijke vervolging behoort allereerst tot de algemene rechtsplicht van het land dat de vervolging instelt. Dit fundamentele beginsel is vastgelegd in artikel 14 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Daarbij mag geen rol spelen of het gaat om een eigen onderdaan dan wel een buitenlandse verdachte. Indien in een buitenlandse strafzaak sprake is van voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer en de rechtsbijstand in het buitenland ontbreekt, dan kan men in aanmerking komen voor door de Nederlandse overheid gesubsidieerde rechtsbijstand.

De Nederlandse ambassades hebben vaak een lijst van advocaten die een goede reputatie genieten. Het is aan de gedetineerde zelf om te besluiten of hij bijstand van op die lijst vermelde advocaat wenst. In geval van twijfel over de juiste toepassing van gerechtelijke procedures ten aanzien van Nederlandse gedetineerden in het buitenland, kan het ministerie van Buitenlandse Zaken een vertrouwensadvocaat inschakelen. Op basis van de conclusies van de vertrouwensadvocaat kan de ambassade besluiten te interveniëren bij de autoriteiten. De vertrouwensadvocaat adviseert de ambassade en treedt niet op als raadsman voor de gedetineerden.

Vaak denken de gedetineerden dat als zij eenmaal in Nederland terug zijn, zij het buitenlandse vonnis kunnen aanvechten door middel van de WOTS-procedure. De WOTS voorziet echter niet in berechting van Nederlanders voor strafbare feiten die zij in het buitenland hebben gepleegd. De WOTS ziet slechts toe op de tenuitvoerlegging van buitenlandse onherroepelijke strafvonnissen in Nederland. Dit betekent dat Nederlandse veroordeelden de opgelegde straf in het buitenland in eigen land kunnen ondergaan. Bij overdracht van de tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis staat dat vonnis vast. Gelet op Internationale verdragen en Nederlandse wetgeving, kan de Nederlandse rechter geen oordeel geven over de inhoud van het buitenlandse vonnis. Bovendien is de rechter niet in de positie om het buitenlandse strafproces opnieuw over te doen.

Conclusie

Nederlanders dienen zich goed te bedenken dat in het buitenland andere wetten gelden. Ongeacht de nationaliteit is de gedetineerde overgeleverd aan het systeem en de dienstverlening van het betreffende land. Op grond van Internationale wetgeving kan de Nederlandse Staat in geringe mate iets voor gedetineerden betekenen. Het is daarom belangrijk om goed advies in te winnen en na te denken over de consequenties van je eigen handelen.

Geraadpleegde bronnen:

Website Ministerie van Buitenlandse Zaken: www.minbuza.nl
Rekenkamerrapport, Gedetineerden begeleiding in het buitenland, Den Haag, Staatsuitgeverij 2005.
Kamervragen over het ontbreken van gesubsidieerde rechtshulp, 2060713410, 2007.