Hooggerechtshof: annulering vonnis gevangene die mogelijk door een fout 12 jaar heeft vastgezeten ‘voorbarig’

BAL-HOOGGERECHTSCHOF VERKRACHTING

Madrid, 14 jul (EFE).- Volgens het Spaanse Tribunal Supremo (Hooggerechtshof) is het nog te vroeg voor herziening van de veroordeling van de Nederlander Liberto van der Dussen, die al bijna twaalf jaar in Palma de Mallorca vastzit voor drie verkrachtingen. De DNA-proeven waaruit blijkt dat hij naar alle waarschijnlijkheid onschuldig is, moeten eerst worden bevestigd.

Van der Dussen werd schuldig bevonden aan drie seksuele misdrijven die in augustus 2003 waren gepleegd in Fuengirola (Málaga). Voor die feiten, plus andere gerelateerde misdrijven zoals beroving en letsel, werd hij veroordeeld tot vijftien jaar cel. Herkenning door de slachtoffers was het enige bewijs.

Al enige jaren verzoekt zijn advocaat om herziening van het vonnis, omdat het DNA dat bij een van de slachtoffers was gevonden, overeenkomt met dat van een in Groot-Brittannië veroordeelde seksueel misdadiger.

Kernargument van het herzieningsverzoek is dat, hoewel de Nederlander door de slachtoffers als dader van het misdrijf was aangewezen, DNA uitwijst dat de Brit Mark Phillip Dixie waarschijnlijk de dader is van een van de feiten waarvoor deze laatste is veroordeeld. Dixie zit in het Verenigd Koninkrijk een straf uit wegens moord en seksuele misdrijven en lijkt in uiterlijk onmiskenbaar op Van der Dussen.

Volgens de advocaat van de Nederlander is het DNA-profiel van de Brit door een Brits forensisch expert vastgesteld middels hetzelfde systeem als de Spaanse forensische diensten gebruiken, uit materiaal gevonden op een van de slachtoffers, María Asunción C.

In de veroordeling werd op grond van de “modus operandi” en andere aanwijzingen geconcludeerd dat de drie feiten door dezelfde dader waren gepleegd. Hieruit volgt volgens de advocaat, dat als Van der Dussen één van de feiten niet heeft gepleegd, hij de andere ook niet heeft gepleegd.

De officier van justitie erkent dat er gemengd DNA is gevonden van een van de slachtoffers en een man, en dat dat tweede DNA overeenkomt met dat van Dixie.

“Het is waar dat Dixie vrijwillig twee monsters wangslijm heeft afgestaan en dat die monsters zijn geanalyseerd” door de Britse forensisch expert, aldus de officier van justitie.

“Maar,” voegt hij toe, “hoewel beide monsters door hem werden gecompleteerd, achtte die forensisch expert zich niet in staat tot een conclusie te komen die bewijskracht zou hebben, aangezien hem samengevatte gegevens waren aangeleverd.”

“Het Openbaar Ministerie noemt het verzoek om autorisatie terecht voorbarig”, stelt het Hooggerechtshof. Eerst wordt nog een vergelijking van de DNA-profielen van Dixie uitgevoerd door de Centrale Eenheid Wetenschappelijke Analyses van de Algemene Directie van Politie.

Met het resultaat daarvan kan Van der Dussen opnieuw een verzoek tot herziening indienen, aldus het Hooggerechtshof.