Wet 302191: Uitzetting van buitenlandse gedetineerden mogelijk door nieuwe wet

Op 8 juli 2014 is in Peru een nieuwe wet in werking getreden, op grond waarvan buitenlanders die in Peru tot een gevangenisstraf van minder dan 7 jaar zijn veroordeeld in aanmerking kunnen komen voor een nieuw zogenoemd ‘penitentiair voordeel’. Dit houdt in dat die gedetineerden al na een relatief klein deel van de gevangenisstraf te hebben uitgezeten, door Peru kunnen worden uitgezet naar het land van herkomst en daar direct in vrijheid komen. De gedetineerde moet natuurlijk wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Een gedetineerde mag bijvoorbeeld nog niet eerder veroordeeld zijn in Peru en moet minimaal 1/3 van de straf hebben uitgezeten. Indien naast de gevangenisstraf ook een boete is opgelegd, moet deze geheel zijn voldaan of zijn kwijtgescholden. Kwijtschelding verloopt via een aparte procedure. Daarnaast mag degene die wordt uitgezet de komende tien jaar niet terugkeren naar Peru en moet deze persoon zelf in staat zijn om de kosten voor een vliegticket te voldoen. Een verzoek dient te worden gericht aan de gevangenisdirecteur. De uiteindelijke beslissing op het verzoek wordt genomen door de Peruaanse (straf)rechter.

Gedetineerden die in de semi-libertad zitten of anderszins (onder voorwaarden) in vrijheid zijn gesteld of onvoorwaardelijk vrij zijn, kunnen ook in aanmerking komen voor uitzetting en hoeven enkel te voldoen aan een aantal in de wet genoemde voorwaarden, namelijk: het betalen van een eventueel opgelegde boete dan wel kwijtschelding daarvan, aantonen voldoende financiële draagkracht te hebben om de kosten voor de vlucht te kunnen dragen, en een aantal documenten aanleveren. Hieronder zal nog worden uitgelegd welke documenten dit precies zijn.

De nieuwe wet bepaalt dat binnen een termijn van twee maanden op een verzoek tot uitzetting moet worden beslist. Gelet op die termijn, zou de procedure vrij snel moeten kunnen worden afgehandeld, het blijft nu echter nog de vraag hoe dit in de praktijk zal werken. Veel zal afhangen van de bereidheid van de rechters om eventuele strafboetes kwijt te schelden en de voortvarendheid waarmee die procedure wordt afgehandeld. Veel gedetineerden zullen niet in staat zijn om die boete te voldoen. PrisonLAW kan eventueel bij de procedure tot kwijtschelding van de boete juridische bijstand verlenen.

Omdat – anders dan bij de WOTS-procedure – Nederland niet hoeft in te stemmen met het verzoek tot uitzetting, hoeven er geen stukken en documenten te worden vertaald. Mede hierdoor valt te verwachten dat de procedure aanzienlijk sneller zal verlopen dan de WOTS-procedure. Deze wet zou daarom in ieder geval voor gedetineerden die veroordeeld zijn voor minder ernstige drugsdelicten (artikel 296 van Peruaanse wetboek van strafrecht) uitkomst kunnen bieden. De eerste ervaring van PrisonLAW is dat de uitvoering van het WOTS-verdrag dat in maart van dit jaar in werking is getreden, moeizaam verloopt. Veel gedetineerden die al enige tijd geleden zijn veroordeeld en al enige tijd in Peru vastzitten, zullen mede omdat zij niet voldoen aan het vereiste van voldoende strafrestant na de overbrenging, niet voor de WOTS-procedure in aanmerking komen. Deze gedetineerden kunnen mogelijk wel gebruik maken van de uitzettingsprocedure, en voor hen zal die nieuwe procedure een uitkomst kunnen zijn.

Het doel van deze nieuwe wet is, net als bij de WOTS, resocialisatie in het land van herkomst. De rechter zal naast de voorwaarden waar aan voldaan moet worden, vooral kijken naar de persoonlijkheid van de gedetineerde en de mate van resocialisatie. Kort samengevat zal de rechter dus kijken naar het gedrag van de gedetineerde tijdens zijn detentie. Daarbij zal belangrijk zijn dat de rechter denkt dat de gedetineerde voldoende in staat zal zijn om goed te resocialiseren. Het kan dus bijvoorbeeld van belang zijn dat een gedetineerde tijdens detentie heeft gewerkt of een studie heeft gedaan. Net als bij de WOTS-procedure is echter geen sprake van een recht, maar van een gunst. De rechter kan derhalve een verzoek tot uitzetting afwijzen. De gedetineerde heeft wel de mogelijkheid om binnen drie dagen in beroep te gaan tegen een eventuele afwijzende beslissing.

Voorwaarden:

  • De straf die de gedetineerde heeft opgelegd gekregen, mag niet meer bedragen dan zeven jaar gevangenisstraf;
  • De gedetineerde moet ten minste 1/3 van de straf hebben uitgezeten;
  • Indien een gedetineerde is veroordeeld voor bepaalde, ernstige delicten, waar bijvoorbeeld ook geen semi-libertad voor is toegelaten, komt die gedetineerde niet in aanmerking voor de uitzetting. Hierbij kan vooral gedacht worden aan een veroordeling voor artikel 297 van het Peruaans Wetboek van Strafrecht (CP).

Procedure:

De gedetineerde dient een verzoek in bij de gevangenisdirecteur. Deze kan het verzoek ook afwijzen als op voorhand blijkt dat de gedetineerde niet aan een of meer van de voorwaarden voldoet. Binnen 30 dagen moet de gevangenisdirecteur een administratief dossier maken dat de volgende stukken bevat:

  • Een gewaarmerkt kopie van het vonnis;
  • Certificaat waarin staat dat er geen proces meer tegen gedetineerde loopt;
  • Certificaat van werk of studie indien van toepassing;
  • Gedetailleerd verslag van mate van re-integratie van de desbetreffende gedetineerde;
  • Certificaat van consulaat waaruit blijkt dat de gedetineerde na de terugkomst in het land van herkomst huisvesting heeft;

Daarnaast moet de gedetineerde kunnen aantonen over voldoende financiële middelen te beschikken om zijn terugkeer naar het land van herkomst te kunnen bekostigen. Het bewijs hiervan dient bij de stukken te worden gevoegd.

Voorts dient de gedetineerde aan te tonen dat hij alle eventuele boetes heeft voldaan, dan wel een positieve beslissing op een verzoek tot kwijtschelding van die boetes te kunnen overleggen.

De gevangenisdirecteur dient, indien het dossier compleet is, dit binnen 10 werkdagen naar de rechter die over de zaak zal oordelen te sturen. Nadat de rechter het dossier heeft ontvangen moet binnen 15 werkdagen een zitting worden gehouden. Hierbij moet de gedetineerde, advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie aanwezig zijn. Bij uitzondering kan ook de directeur van de technische gevangenisraad aanwezig zijn.

De rechter dient binnen drie dagen na deze hoorzitting schriftelijk uitspraak te doen. In die uitspraak moet de rechter zijn beslissing ook motiveren.

Als de rechter positief beslist moet de gedetineerde, de gevangenis, de advocaat, de migratiedienst en het consulaat of de ambassade van het land van herkomst van de gedetineerde hiervan binnen 3 werkdagen op de hoogte worden gesteld.

De rechter of de autoriteit moet het paspoort van de gedetineerde of de identiteitskaart en een kopie van een vliegticket aan de migratiedienst sturen. De migratiedienst dient vervolgens de beslissing van de rechter te registeren en binnen drie dagen over te gaan tot de feitelijke uitzetting.

Zodra de juridische en administratieve procedure rond is, wordt de gedetineerde meteen naar het vliegveld gebracht onder verantwoordelijkheid van de politie. De gedetineerde zal vervolgens op het vliegtuig worden gezet naar het land van herkomst.

De gedetineerde mag vervolgens voor een periode van 10 jaar niet meer in Peru komen. Ook mag de gedetineerd niet opnieuw een bepaling in het Peruaans strafrecht overtreden, tot de datum dat de oorspronkelijke gevangenisstraf zou zijn uitgezeten, indien de gedetineerde niet zou zijn uitgezet. Indien de gedetineerde een van deze twee voorwaarden overtreedt, loopt hij het risico dat de uitzetting wordt herroepen en dat hij dus alsnog het resterende deel van zijn straf moet uitzitten. In dat geval komt de gedetineerde niet meer in aanmerking voor andere penitentiaire voordelen, zoals de semi-libertad.

Conclusie:

PrisonLAW verwelkomt de nieuwe wet in Peru. PrisonLAW heeft in de laatste jaren veel problemen gesignaleerd met gedetineerden die gebruik maakten van de semi-libertad. Zij leefden vaak op straat en moesten op allerlei manieren proberen in hun bestaan te voorzien. Bovendien is bij de toepassing van de semi-libertad de laatste jaren steeds strenger getoetst of de gedetineerde aan alle voorwaarden voldoet. Veel verzoeken van buitenlandse gedetineerden zijn de laatste jaren afgewezen, bijvoorbeeld omdat zij geen werk kunnen vinden of omdat zij geen woonruimte hebben in Peru. Door de nieuwe wet kunnen die gedetineerden direct worden uitgezet naar het land van herkomst. Dit komt de resocialisatie van de gedetineerde ten goede. Die gedetineerden zullen zich immers na afloop van hun straf ook weer in hun eigen land willen vestigen. Belangrijk is natuurlijk ook dat gedetineerden die worden uitgezet, een relatief kort deel van de gevangenisstraf hoeven uit te zitten.

Een mogelijke negatieve bijwerking van de nieuwe wet kan zijn dat rechters in de toekomst geen straffen meer opleggen lager dan zeven jaar gevangenisstraf. In dat geval kan de nieuwe wet haar doel volledig voorbijschieten. PrisonLAW heeft op dit moment echter nog geen aanwijzingen dat de rechters in Peru door de inwerkingtreding van deze wet hogere straffen zullen gaan opleggen.

Gelet op de te verwachten korte procedure voor de uitzetting kan het voor gedetineerden in veel gevallen voordeliger zijn om een verzoek tot uitzetting in te dienen, in plaats van een WOTS-verzoek. PrisonLAW kan hierover nader advies verschaffen. Indien u nadere informatie wenst, dan kunt u een e-mail versturen aan het adres info@prisonlaw.nl.

1 Ley numero 30219 http://www2.congreso.gob.pe/Sicr/TraDocEstProc/Contdoc02_2011_2.nsf/d99575da99ebfbe305256f2e006d1cf0/43ab7572c5ea651805257d0f0047ff4b/$FILE/30219.pdf