Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS) treedt in werking

PrisonLAW heeft eerder bericht dat de WOTS-procedure voor landen binnen de Europese Unie wordt vervangen door de zogenaamde WETS-procedure. De laatste procedure vloeit voort uit Brusselse regelgeving – een zogenaamd “Kaderbesluit”. Het kaderbesluit is door Nederland omgezet in nationale wetgeving door de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafvonnissen (WETS). Hieronder
staan puntsgewijs de belangrijkste verschillen tussen de WOTS-procedure en de WETS-procedure opgesomd. Hier worden alleen de wijzigingen die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties – oftewel: gevangenisstraffen – en niet op voorwaardelijke straffen besproken:

  • Bij de WOTS-procedures zijn de mogelijkheden voor landen om een verzoek te weigeren feitelijk onbeperkt. De bevoegde autoriteiten van een land kunnen zonder opgave van redenen weigeren in te stemmen met een verzoek. Bij de toepassing van de WETS-procedure werkt dit anders. Een EU-Lidstaat is in beginsel verplicht om een verzoek van een andere EU-Lidstaat in te willigen, tenzij sprake is van een van de beperkte mogelijkheden om te weigeren;

  • Bij strafoverdracht op basis van de WETS kan Nederland de buitenlandse straf niet omzetten naar een straf in overeenstemming met de Nederlandse strafmaat. De straf wordt in beginsel in zijn geheel overgenomen. Dus de straf die in het buitenland wordt opgelegd, verandert in Nederland niet. Ook al is die straf hoger dan in Nederland voor een dergelijk strafbaar feit gebruikelijk is. De strafmaat wordt aangepast naar het Nederlands strafmaximum. Bij de WOTS-procedure geldt als uitgangspunt dat de buitenlandse straf door de Nederlandse rechter wordt omgezet naar een straf die overeenkomt met de Nederlandse strafmaat. Na een overbrenging naar Nederland van een gedetineerde zullen de Nederlandse regels voor voorwaardelijke invrijheidsstelling worden toegepast;

  • Instemming van de gevangene is niet meer verplicht en ook niet vereist. De gedetineerde kan wel zijn mening geven, maar de strafoverdracht kan ook doorgaan als de gedetineerde het niet met de overdracht eens is;

  • De Minister van Justitie beslist over een WETS-verzoek van een andere EU-lidstaat. De Minister dient het verzoek voor te leggen aan het gerechtshof Arnhem. Het hof zal oordelen of sprake of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is (“dubbele strafbaarheid”), of sprake is van een al dan niet verplichte weigeringsgrond en ook of de straf eventueel moet worden aangepast. De Minister is aan het oordeel van het Hof gebonden. Er bestaan voor de betrokken gedetineerde geen mogelijkheden om bezwaar of beroep in te stellen tegen de beslissing van de Minister. Ook hoeft de gedetineerde niet door het hof te worden gehoord en bestaat er geen recht tot inzage in stukken. PrisonLAW is op dit moment aan het bestuderen of in andere EU-landen wel een rechter kan worden ingeschakeld om een beslissing tot overdracht van de tenuitvoerlegging in dat land door een lokale rechter te kunnen laten toetsen;

  • Doel van de WETS is om de tenuitvoerlegging van strafvonnissen efficiënter en sneller te laten verlopen. Nederland en het land van veroordeling moeten binnen 90 dagen een besluit hebben genomen over de strafoverdracht. Als startdatum van de 90-dagentermijn geldt de dag waarop Nederland de aanvraag – oftewel: een volledig en juist ingevuld certificaat - voor de strafoverdracht ontvangt van het land van veroordeling. Dit betekent dat de termijn pas gaat lopen indien het certificaat is ingezonden en naar het oordeel van de Nederlandse autoriteiten voldoet aan de daaraan te stellen voorwaarden. Indien de strafoverdracht is goedgekeurd moet het land van veroordeling ervoor zorgen dat de gedetineerde binnen 30 dagen na het goedkeuringsbesluit naar Nederland wordt overgeplaatst.

De WETS is inmiddels ook door het Nederlandse Parlement aangenomen. Dit betekent dat de Wet ook daadwerkelijk in werking zal treden. Bij besluit van 15 augustus 2012 van de Minister van Justitie is de datum van de inwerkingtreding van de WETS vastgesteld op 1 november 2012.

De WETS zal overigens in een aantal gevallen niet van toepassing zijn:

  • De WETS geldt alleen als het vonnis op of na 5 december 2011 onherroepelijk is geworden.
    Dit hangt samen met een voorbehoud dat de Nederlandse regering heeft gemaakt bij het Kaderbesluit. Indien Nederland derhalve een van de Lidstaten in de WETS-procedure is – als uitvaardigende of als overnemende Staat – geldt dat ten aanzien van vonnissen die voor 5 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, de WOTS-procedure wordt toegepast;

  • Indien de gedetineerde op grond van een Europees Aanhoudingsbevel aan een andere EU-lidstaat ten behoeve van de strafvervolging is overgeleverd. Ook in dit geval zal de WOTS-procedure nog worden toegepast.

De WETS kan bovendien alleen worden toegepast indien zowel Nederland als het land waarin de gedetineerde is veroordeeld het Kaderbesluit heeft geïmplementeerd.

Dit betekent dat de WETS-procedure na 1 november 2012 – de datum waarop de WETS in Nederland in werking treedt – de WETS procedure alleen wordt toegepast indien de andere betrokken EU-Lidstaat het Kaderbesluit ook heeft omgezet in nationale wetgeving. In alle andere gevallen geldt dat de WOTS-procedure nog wordt toegepast.

Op dit moment is in de volgende overige EU-lidstaten de WETS in werking getreden:

Het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland en Noord-Ierland), België, Oostenrijk, Denemarken, Slowakije, Malta, Italië, Finland en Polen.

Polen heeft echter een belangrijk voorbehoud gemaakt. Dit voorbehoud houdt in dat “Polen in de gevallen waarin een onherroepelijk vonnis eerder dan drie jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Kaderbesluit is gegeven, de Republiek Polen als beslissingsstaat en tenuitvoerleggingsstaat de rechtsinstrumenten inzake de overbrenging van gevonniste personen welke vóór dit kaderbesluit van toepassing waren, zal blijven toepassen”. Dit betekent concreet dat Polen in ieder geval ten aanzien van vonnissen die tot drie jaar na 5 december 2011 zijn gewezen, de WETS in beginsel niet zal toepassen. In die gevallen zal de oude WOTS-procedure moeten worden toegepast.

Op korte termijn wordt verwacht dat ook in Bulgarije en Tsjechië de WETS in werking zal treden. Ten aanzien van de overige EU-landen is nog niet bekend binnen welke termijn de WETS in werking treedt. Er is tot op heden nog geen enkele gedetineerde binnen de Europese Unie overgebracht naar zijn land van herkomst met toepassing van de WETS-procedure.

Indien u meer wilt weten over de WETS-procedure dan willen we u verwijzen naar het artikel “De Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafvonnissen” op onze website www.prisonlaw.nl.
Indien u verdere vragen heeft over de WETS, meer informatie wenst of graag juridische bijstand wenst te ontvangen in uw eigen WOTS-zaak, dan kunt u zich wenden tot de Stichting PrisonLAW, Postbus 1595, 1000 BN Amsterdam of per e-mail via info@prisonlaw.nl.


Geraadpleegde bronnen:

  • Kamerstukken II, vergaderjaar 2010-2011, 32 825, nr. 3 (Memorie van Toelichting);

  • Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2012, nr. 373, Besluit van 15 augustus 2012 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties;

  • Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2012, nr. 333, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.