Nederland en Peru sluiten een Wots-verdrag

Na een lange periode van onderhandelingen hebben Nederland en Peru op 12 mei 2011 een Wots-verdrag gesloten en ondertekend. Hierdoor kunnen Nederlanders die in Peru onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf in de toekomst verzoeken om het laatste deel van deze straf in Nederland uit te zitten.

Op dit moment zitten in Peru 117 Nederlanders vast. Deze gedetineerden kunnen aan het nieuwe Wots-verdrag echter geen recht op overbrenging ontlenen. Het verdrag regelt alleen de bevoegdheid tot het indienen van dergelijk verzoek. Voor de inwilliging van het verzoek en daarmee de feitelijke overbrenging naar Nederland is, zoals gebruikelijk bij Wots-procedures, de instemming van beide landen vereist. Deze instemming kan door elk van de landen zonder opgave van redenen worden onthouden.

In een nieuwsbericht van 12 mei 2011 op de website van de rijksoverheid valt te lezen dat de overbrenging naar Nederland niet ook betekent dat de Nederlandse gedetineerde een strafverlaging krijgt. Alleen als de opgelegde straf in Peru hoger is dan het Nederlandse strafmaximum voor het desbetreffende strafbare feit, wordt de straf – onder voorbehoud dat Peru daarmee instemt – bijgesteld tot het Nederlandse maximum. Uit deze zinsnede kan worden afgeleid dat in beginsel niet de omzettingsprocedure maar de procedure van voortgezette tenuitvoerlegging van toepassing zal zijn. Omdat op dit moment de verdragstekst zelf nog niet voor inzage beschikbaar is, is de exacte inhoud van het Verdrag nog niet bekend en kunnen hieromtrent ook nog geen verdere mededelingen over worden gedaan.

Het verdrag zal pas in werking treden op het moment dat het door de parlementen van beide landen is goedgekeurd. Tot die tijd is het dus nog niet mogelijk om een Wots-verzoek in te dienen.

PrisonLAW heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor de totstandkoming van een Wots-verdrag tussen Nederland en Peru en begroet de totstandkoming van het verdrag tussen Nederland en Peru met instemming.

Geschreven door onze landenspecialist Alan Binken