Peru

Artikelindex

Algemeen

1.1 Geografische ligging
Peru ligt in het westen van Zuid-Amerika. Ten noorden van Peru liggen Ecuador en Colombia, ten oosten Brazilië en Bolivia en ten zuiden van Peru ligt Chili. De hoofdstad van Peru is Lima, deze stad ligt aan de westkust van Peru.

1.2 Klimaat
Peru heeft 28 van de 32 bestaande klimaattypes, dus een eenvoudige schets van het klimaat is onmogelijk te maken. In de zomer is het er warm en vochtig. De temperaturen variëren van 25 tot 30 graden. In het kustgebied zijn de warmste maanden december, januari en februari, het is dan 26 tot 30 graden. In de maanden juni, juli en augustus is het aan de kust wat minder aangenaam en schommelen de temperaturen tussen de 10 en 19 graden. In de Andes is het eigenlijk altijd kouder met temperaturen variërend van 9 tot 18 graden. Het droge seizoen loopt van mei tot en met september en kent warme dagen en koude nachten. Van oktober tot en met april is het de regentijd.

1.3 Tijdsverschil
In Peru is het gedurende onze wintertijd 6 uur en gedurende onze zomertijd 7 uur vroeger dan in Nederland.

1.4 Bevolking
In Peru wonen (volgens de volkstelling van 2010) ruim 29,5 miljoen mensen, waarvan bijna 8 miljoen mensen in de hoofdstad Lima wonen. De Peruaanse bevolking bestaat naar schatting voor 47% uit indianen, voor 32% uit mestiezen (mix tussen Europeaans en Indiaans) en 12% uit blanken, voornamelijk van Spaanse afkomst; 3% is van Aziatische of Afrikaanse herkomst. De meeste indianen wonen in het Andes-gebergte en in het Amazonegebied, terwijl de blanken en mestiezen veelal aan de kust woonachtig zijn, en dan nog met name in grote steden als Lima, Arequipa en Trujillo.

1.5 Taal
De officiële taal van Peru is de Spaanse, wat door 84% van de bevolking wordt gesproken. Naast het Spaans heeft ook het Quechua - gesproken door de indianen uit het centrale bergland - sinds 1975 de status van officiële taal in Peru.

1.6 Religie
De heersende religie in Peru is het rooms-katholicisme. Meer dan 81% van de huidige Peruaanse bevolking is katholiek. Volgens de Peruaanse Grondwet van 1933 bestaat de vrijheid van godsdienst, maar de Rooms-Katholieke Kerk wordt wel door de Staat geprotegeerd.

1.7 Geschiedenis
Peru kent een zeer oude geschiedenis. Voor de komst van de Spaanseveroveraars was Peru het hart van het rijk van de Inca's. Tussen de verovering in 1572 en de onafhankelijkheid in 1821 werd het land door Spanje bestuurd. Vanaf die tijd werd Peru afwisselend door militaire en burgerregeringen bestuurd. Ook wisselden dictators en democratisch gekozen regeringen elkaar af.

Tussen 1836 en 1839 vormde Peru een confederatie met Bolivia. Van 1864 tot 1866 heeft Peru oorlog gevoerd met Spanje over de Peruaanse guano-eilanden (de Ballestaseilanden). Spanje had namelijk een van deze eilanden bezet, maar daar was Peru het niet mee eens. Peru won deze oorlog, mede dankzij de hulp van Ecuador, Bolivia en Chili.

Peru heeft met Bolivia oorlog gevoerd tegen Chili tussen 1879 en 1883, de zogeheten Salpeteroorlog. Chili viel namelijk de kuststrook van Peru binnen en bezette de woestijn, waar veel kostbaar zout te vinden was. Peru verloor deze oorlog en moest twee provincies aan Chili afstaan.

Van 1980 tot 1992 ging de Peruaanse bevolking gebukt onder de gewelddadige acties van de Maoïstische terreurbeweging het ‘Lichtend Pad’ (Sendoro Luminoso) , welke zich als doel stelde de bestaande orde omver te werpen. De brute willekeur waarmee dit gepaard ging heeft aan zeker dertigduizend mensen het leven gekost en voor een geschatte 29,5 miljard euro aan materiële schade aangericht. De manifestatie van het ‘Lichtend Pad’ vormde in de twintigste eeuw de grootste rem op de economische ontwikkeling en groei van Peru, totdat de leiding in 1992 gevangen werd gezet.

In 1992 werd de autoritaire Fujimori gekozen tot president. Fujimori trad af na zijn derde presidentiële termijn in november 2000 en vluchtte vervolgens naar Japan. Zijn persoonlijk adviseur en hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst, Vladimiro Montesinos, werd beschuldigd van schending van mensenrechten en tevens liep er een aanklacht tegen hem vanwege corruptie.

Alejandro Toledo, die corruptie en fraude in de verkiezingen bestreed, werd president van Peru. Fujimori zit op dit moment zelf een gevangenisstraf uit in Peru in verband met een veroordeling ter zake mensenrechtenschendingen en misstanden begaan tijdens zijn bewind.

1.8 Politieke structuur
Het politiek systeem van Peru is de democratie waarin verschillende partijen actief en vrij verkiesbaar zijn. De politiek structuur wordt onderscheiden door drie machten: de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht. De uitvoerende macht in Peru ligt bij de president en de Raad van Ministers. De huidige president van Peru is Ollanta Humala. De wetgevende macht ligt bij het Congres van de Republiek. Het congres maakt wetsvoorstellen en stemt voor de wetten en wordt gevormd door een kamer van 120 leden. De rechterlijke macht wordt gevormd door het hooggerechtshof dat bestaat uit de president en 12 rechters.

 

Referenties:

Wikipedia. Geraadpleegd via www.wikipedia.org

CIA- The world factbook. Geraadpleegd via www.cia.gov


Politieke structuur

2. Internationale verdragen en geldende mensenrechten
Mensenrechten hebben in Peru altijd onder hoogspanning gestaan, met als tragisch dieptepunt de burgeroorlog die het land van 1980 tot 2000 in zijn greep hield. Momenteel worden steeds meer mensenrechten gewaarborgd en is Peru verdragspartij bij verschillende internationale mensenrechtenverdragen. Het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (IVBPR) is door Peru ondertekend in 1977 en geratificeerd in 1978. Het Verdrag van de Verenigde Naties (VN) tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (UNCAT) is door Peru ondertekend in 1985 en geratificeerd in 1988.

2.1 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR)
Zoals hierboven is gesteld is het IVBPR geratificeerd door Peru. Dit betekent dat dit verdrag directe werking heeft in het Peruaanse recht. In het IVBPR worden diverse rechten en vrijheden van burgers vastgelegd. Een inbreuk op deze fundamentele vrijheden en rechten van de mens is in strijd met het internationale recht.

Onder andere de volgende burgerrechten zijn in het IVBPR vastgelegd: het recht om gevrijwaard te blijven van discriminatie, het recht om gevrijwaard te blijven van foltering en wrede of inhumane behandeling of bestraffing, het recht op menselijke behandeling wanneer iemand van zijn vrijheid beroofd is en het recht op gelijke behandeling. In het IVBPR is ook vastgelegd dat een strafrechtelijke veroordeling alleen als de desbetreffende gedraging op dat moment ook in een wet strafbaar is gesteld.

Het IVBPR waarborgt eveneens het recht op leven. Dit wil echter niet zeggen dat de doodstraf in strijd is met internationaal recht. Artikel 6 van het IVBPR bepaalt namelijk dat de doodstraf uitgevoerd mag worden, mits de dodostraf beperkt wordt tot de meest zware misdrijven. Hieruit moet gelezen worden dat de doodstraf alleen in zeer uitzonderlijke gevallen opgelegd zou mogen worden.

Uit het IVBPR vloeien ook een aantal procedurele rechten voort. Hierbij moet gedacht worden aan het recht om onmiddellijk geïnformeerd te worden over de reden van de arrestatie, het recht om de rechtmatigheid van de aanhouding en de vrijheidsbeneming door een rechter te laten toetsen, het recht op berechting binnen een redelijke termijn en het recht om voor onschuldig gehouden te worden totdat het tegendeel is bewezen.

Bovendien worden in het IVPR een aantal minimumgaranties gesteld waarop een ieder die wordt blootgesteld aan strafrechtelijk vervolging recht heeft (artikel 9 IVBPR). Deze minimumgaranties behelzen onder andere: het recht onmiddellijk op de hoogte gesteld te worden van de beschuldiging, het recht op toegang tot een zelfgekozen raadsman, het recht om zonder onredelijke vertraging berecht te worden, het recht op rechtsbijstand in alle fasen van het strafgeding, het recht getuigen op te roepen en te doen ondervragen, het recht op een tolk en het recht om te zwijgen.

2.2 Het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (UNCAT)
Peru is verdragspartij bij het VN-verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing. Dit verdrag waarborgt dat een ieder in de verdragslanden gevrijwaard blijft van marteling, mishandeling, wrede en onmenselijke behandeling en bestraffing.

Uit rapportages van de VN blijkt dat er nog steeds klachten binnenkomen van gedetineerden over marteling en ill treatment binnen de gevangenis. Dit punt verdient nog steeds aandacht. Desalniettemin constateert The Committee Against Torture (CAT) dat in de afgelopen jaren sprake is geweest van een meer gedegen en onafhankelijk onderzoek van deze klachten. Bovendien is het aantal klachten ten opzichte van vorige jaren gedaald. Daarentegen worden de klachten niet automatisch geregistreerd. De CAT doet dan ook een aanbeveling om een nationaal mechanisme in te schakelen die dergelijke klachten automatisch registreert.

Peru heeft een nationale ombudsman aangesteld die individuele klachten van burgers over marteling, mishandeling en onmenselijke behandeling en overige gedragingen van de overheid behandelt. Het instellen van de nationale ombudsman in Peru wordt door de CAT als een positieve ontwikkeling bestempeld.

De situatie in de gevangenissen verdient aandacht. Door overbevolking zijn de omstandigheden vaak slecht. Peru dient dringend maatregelen te nemen die deze overbevolking in de gevangenissen tegen gaan en daarnaast dient prioriteit te worden gegeven aan het feit dat de medische behandeling in gevangenissen toegankelijker moet worden. Ook ten aanzien van de verbetering van de toegankelijkheid tot een pro-deo advocaat dienen maatregelen genomen te worden die prioriteit behoeven.

In Peru zijn nog steeds onvoldoende onpartijdige rechters. Op dit punt wordt dan ook door de VN aanbevolen maatregelen te nemen.

2.3 Controle op de naleving van internationale mensenrechten verdragen
Het op papier onderkennen van mensenrechten houdt niet mede in dat deze dan ook automatisch daadwerkelijk worden beschermd. Daarom is het van belang dat de naleving van de internationale mensenrechtenverdragen gecontroleerd wordt.

De VNhoudt toezicht op de naleving van de verdragen. De verdragspartijen zijn verplicht om regelmatig verslag doen bij de VN over hoe de naleving van het verdrag in de praktijk uitpakt. Ook doen de controlerende organen van de VN zelf onderzoek. Zij rapporteren regelmatig over de stand van zaken in het desbetreffende verdragsland. In hoeverre is sprake van mensenrechtenschending en schending van het UNCAT verdrag? Op grond van dit onderzoek brengen de rapporteurs een advies uit aan het land over hoe de mensenrechtenschendingen nog beter voorkomen kunnen worden. Ook kan de UN technische ondersteuning bieden voor de implementatie van de mensenrechtenverdragen in het verdragsland.

2.4 Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners
In 1955 zijn de Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners opgesteld door de United Nations. De bepalingen in dit verdrag zijn niet bindend, maar geven richtlijnen voor de behandeling van gedetineerden en detentieomstandigheden.

Zo worden richtlijnen gesteld ten aanzien van de accommodatie van de gevangenen (bijvoorbeeld een eigen cel, voldoende ventilatie, voldoende licht, voldoende sanitaire voorzieningen). Tevens worden richtlijnen opgesteld ter bescherming van de persoonlijke hygiëne van gevangenen, de kleding en slaapplekken van gevangenen, het voedsel en drinkwater, de mogelijkheid tot lichaamsbeweging en de toegang tot medische hulpverlening. Ook zijn er richtlijnen in dit verdrag opgenomen die betrekking hebben op de bestraffing en disciplinering van gevangenen. Volgens de richtlijnen zou in iedere gevangenis de mogelijkheid moeten zijn om bij een onafhankelijke commissie klachten in te dienen. Ook wordt gesteld dat gevangenen contact met de buitenwereld moeten kunnen onderhouden en vrij moeten zijn in het belijden van hun godsdienst.

Opgemerkt dient te worden dat de Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners enkel instructienormen zijn voor de overheid. Overheden zijn niet verplicht zich aan die richtlijnen te houden. De naleving van die richtlijnen kan door een individuele gedetineerde niet bij de rechter worden afgedwongen.

2.5 WOTS
Na een lange periode van onderhandelingen hebben Nederland en Peru op 12 mei 2011 een Wots-verdrag gesloten en ondertekend. Op basis van dit verdrag kunnen Nederlanders die in Peru onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf verzoeken het laatste deel van deze straf in Nederland uit te zitten. Het verdrag is echter nog niet in werking getreden. Dit zal pas het geval zijn na het moment dat het Verdrag door de parlementen van beide landen is geratificeerd. Tot die tijd is het dus nog niet mogelijk om een Wots-verzoek in te dienen.

Nederlandse gedetineerden in Peru kunnen aan het nieuwe Wots-verdrag echter geen recht op overbrenging ontlenen. Het verdrag regelt alleen de bevoegdheid tot het indienen van dergelijk verzoek. Voor de inwilliging van het verzoek en daarmee de feitelijke overbrenging naar Nederland is, zoals gebruikelijk bij Wots-procedures, de instemming van beide landen vereist. Deze instemming kan door elk van de landen zonder opgave van redenen worden onthouden.

In artikel 9 van het nieuwe verdrag is gegeven dat de procedure van voortgezette tenuitvoerlegging zal worden toegepast. De straf zal dus in zijn geheel worden overgenomen door Nederland. Alleen als de opgelegde straf in Peru hoger is dan het Nederlandse strafmaximum voor het desbetreffende strafbare feit, wordt de straf – onder voorbehoud dat Peru daarmee instemt – bijgesteld tot het Nederlandse maximum.

Referenties:


Peruaans (straf)rechtsysteem

3.1 Gearresteerd, wat nu?
De Peruaanse straffen zijn in vergelijking met de Nederlandse straffen hoog en de omstandigheden waaronder de gevangenisstraffen ten uitvoer worden gelegd zijn zwaar. Gehoorzaam dus de wet! Bovendien kent Peru een zeer strenge anti-narcoticawetgeving. In de laatste wijziging van de wetgeving betreffende verdovende middelen in 2003 zijn de straffen voor deze delicten geherstructureerd.

Er wordt nu een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten drugs en de hoeveelheid van de substanties. Overtreding van de drugswetgeving wordt, ook als het slechts om kleine hoeveelheden gaat, bestraft met zeer langdurige gevangenisstraffen. Het advies van PrisonLAW luidt dan ook om drugs te vermijden. Neem geen pakjes aan, ook niet van bekenden. Weerhoudt u van het gebruik en het bezit van drugs. Kortom wees op uw hoede!

Indien u desondanks wordt verdacht van een strafbaar feit en bent gearresteerd, dring er bij de autoriteiten op aan dat de Nederlandse ambassade, of het Nederlandse consulaat, over uw aanhouding wordt geïnformeerd. De ambassademedewerkers kunnen dan uw familie informeren over uw arrestatie. Wat zij NIET kunnen is u uit de gevangenis krijgen. Ook hebben zij niet de bevoegdheid om zich met het verloop van de strafzaak te bemoeien.

Verder is het zaak om direct na uw aanhouding juridische bijstand te verkrijgen. PrisonLAW kan u hierbij verder helpen. Het is daarom van belang dat u zo snel mogelijk na uw arrestatie contact laat opnemen met PrisonLAW.

Voor overige informatie over wat te doen bij arrestatie in het buitenland kunt u ook de brochure op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bekijken: Gearresteerd in het buitenland.

3.2 Gerechtelijke structuur
In de grondwet van Peru is de gerechtelijke structuur vastgelegd. De rechterlijke macht is een orgaan van de Peruaanse overheid en bestaat uit vier hiërarchische instanties.

Iedere rechtbank heeft een bepaald geografisch gebied waarover zij rechtsmacht heeft. De hoogste rechterlijke instantie van Peru is de Hoge Raad van de Republiek Peru (la Corte Suprema de Justicia de la República del Perú). De Hoge Raad behandelt zaken uit het hele land en is gevestigd in de hoofdstad Lima. De Hoge Raad doet uitspraak in laatste instantie

Daarnaast kent Peru 29 Hooggerechtshoven (la Corte Superior de Justicia de Lima en de Corte Superior de Justicia del Cono Norte). De hooggerechtshoven hebben elk rechtsmacht een eigen arrondissement. Een hooggerechtshof kan bestaan uit kamers die optreden in verschillende steden en provincies binnen hetzelfde arrondissement. De kamers van een hooggerechtshof doen uitspraak in tweede en laatste feitelijke aanleg, behoudens in de wet voorgeschreven uitzonderingen.

Naast het Corte Suprema en de verschillende Cortes Superior, zijn er gespecialiseerde en gemengde gerechten. In respons op de zwaar beladenheid van zaken en de dringende behoefte aan gerechtelijke diensten heeft het Opperste Hof van Justitie de volgende gespecialiseerde gerechten ingesteld: burgerrechtelijke, strafrechtelijke, arbeidsrechtelijke, publiekrechtelijke, administratief rechtelijke, anti-corruptie, en anderen gerechten met extra gespecialiseerde jurisdictie. Iedere provincie heeft op zijn minst één gespecialiseerd of gemengd gerecht met provinciale jurisdictie. De gespecialiseerde en gemengde gerechten zijn de gerechten in eerste aanleg.

Tot slot zijn er de Courts of Peace (DeJuzgadosde pazletrados) welke jurisdictie hebben over een district. De districten zijn onderdelen van de verschillende provincies. De Peace Courts doen uitspraak over civielrechtelijke, arbeidsrechtelijke, geringe vorderingen en strafrechtelijke zaken. Tegen de uitspraken van een Peace Court gaat men in beroep bij een van de gespecialiseerde of gemengde gerechten.

3 Peruaans strafrecht
In het Peruaanse Wetboek van Strafrecht (Código Penal, ingevoerd in 1991) staan bepalingen met betrekking tot het strafrecht. In dit wetboek worden de delicten, sancties, verzachtende en verzwarende omstandigheden omschreven. Het gaat hierbij dus om een inhoudelijke omschrijving – het materieel deel – van het strafrecht.

Sancties
Het Peruaans strafrecht kent verschillende straffen die opgelegd kunnen worden voor strafbaar gestelde handelingen. Ten eerste kan een gevangenisstraf worden opgelegd. Er bestaat een onderscheid tussen tijdelijke gevangenisstraf en de levenslange gevangenisstraf. De gevangenisstraffen worden ten uitvoer gelegd in een van de gevangenissen die verspreid liggen over het gehele land.

Op het moment bestaat er geen regeling voor een algemene minimum of een algemene maximum straf. In het verleden bestond er een algemene minimumstraf van 2 dagen gevangenisstraf en een maximum gevangenisstraf van 35 jaar. Deze regelingen zijn echter bij wet ongrondwettelijk verklaard en afgeschaft.

De rechter kan eveneens bepalen dat een gedetineerde, nadat zijn gevangenisstraf ten uitvoer is gelegd, zich dient te verwijderen uit Peru. Deze straf zou in het Nederlands verbanning worden genoemd. Dit kan zowel aan onderdanen van Peru als aan buitenlanders worden opgelegd.

Ten tweede bestaan er straffen die geen vrijheidsbeneming inhouden, maar wel een beperking leggen op bepaalde rechten van een veroordeelde. Hierbij moet men denken aan taakstraffen en bijvoorbeeld aan verplichte deelname aan educatieve evenementen. Deze straffen kunnen worden opgelegd naast een gevangenisstraf of ook als hoofdstraf bij de meest lichte vormen van strafrechtelijke gedragingen. Voor de goede orde: drugsdelicten vallen hier nadrukkelijk niet onder.

Ten derde kan een geldboete worden opgelegd. Deze straf legt een verplichting op aan de veroordeelde om een bepaalde bedrag aan de staat te betalen. Het totaal bedrag kan worden vastgesteld aan de hand van 25% tot 50% van het totale daginkomen van een veroordeelde. Overigens kan de geldboete worden berekend over een maximum van 365 dagen. Deze straf kan samen met een vrijheidsstraf worden opgelegd, maar ook als alternatief voor een gevangenisstraf. Wanneer iemand de opgelegde geldboete niet kan betalen, wordt deze omgezet in een gevangenisstraf.

Tot slot is het ook mogelijk om een voorwaardelijke straf opgelegd te krijgen waarbij men zich dient te houden aan bepaalde voorwaarden. Er bestaan verschillende soorten voorwaardelijke straffen in Peru welke allemaal als alternatief voor een gevangenisstraf worden opgelegd.

Opgemerkt dient te worden dat bovengenoemde straffen (taakstraffen, voorwaardelijke straffen) niet altijd opgaan voor buitenlandse gedetineerden.

Doodstraf
In de grondwet van 1979 is de doodstraf voor ‘gewone delicten’ afgeschaft. Echter, onder uitzonderlijke omstandigheden kan de doodstraf nog steeds worden opgelegd in Peru. Dit houdt in dat alleen strafrechtelijke gedragingen gepleegd in oorlogstijd of genocide onder het militair recht kunnen worden bestraft met de doodstraf. Moord wordt gekwalificeerd als een ‘ordinary crime’ en daarvoor kan de doodstraf niet worden opgelegd.

In 2007 was President Alan Garcia voornemens de doodstraf te her-introduceren ten aanzien van terroristische misdrijven. Zijn voorstel werd echter niet aangenomen. Als Peru de voorwaarden voor het opleggen van de doodstraf namelijk had verruimd, zou dit in strijd zijn met ‘the American Convention of Human Rights’. Dit verdrag is ondertekend door Peru.

Delicten
In het Peruaanse Wetboek van Strafrecht worden diverse gedragingen strafbaar gesteld. Onder andere de volgende handelingen worden als misdrijf gekwalificeerd: misdrijven tegen de staat, zedendelicten, verkrachting, aanranding, seksueel contact met minderjarigen (iedereen onder de 18 is minderjarig in Peru), abortus , mishandeling, diefstal, fraude, drugs, misdrijven tegen het leven (o.a. moord en doodslag). Bovenstaande opsomming is niet limitatief en slechts ter indicatie; het Peruaans strafrecht kent nog meer misdrijven.

Nederlandse gedetineerden in Peru zitten in veruit de meeste gevallen gedetineerd in verband met overtreding van de anti-drugswetgeving.

Drugsdelicten
Bijna 12.000 personen zitten gevangenen in Peru wegens drugsdelicten. Opsluiting wegens drugsgerelateerde delicten vormt een van de grootste oorzaken van overbevolking binnen de gevangenissen van Peru.

Peru heeft een zeer strenge anti-narcoticawetgeving. Veel gedetineerden bevinden zich nog voorlopige hechtenis en zijn in afwachting van een eerste uitspraak van de rechter, zonder een mogelijkheid op een eventueel voordeel dat het mogelijk zou maken om de straf te verminderen. de laatst geamendeerde drugswetgeving van 2003 zijn de straffen voor drugsgerelateerde delicten geherstructureerd. De nieuwe wetgeving maakt een duidelijk onderscheid tussen verschillende soorten drugs. Voor de ‘algemene’ drugsdelicten kan een gevangenisstraf worden opgelegd van 8 tot 15 jaar, voor het bezit van drugs een gevangenisstraf van 6 tot 12 jaar en voor de meest ernstige gevallen een gevangenisstraf van 15 tot 25 jaar. Bij de meest ernstige gevallen kan men denken aan drugshandel in de hoedanigheid van een criminele organisatie.

3.4 Peruaans strafprocesrecht
Het Peruaans strafprocesrecht staat beschreven in het Código Procesal Penal (laatst gewijzigd in 2004). In dit wetboek van Strafvordering wordt alles geregeld wat te maken heeft met het strafproces. Hierbij valt te denken aan welke autoriteiten welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben, hoe het strafproces verloopt, maar ook hoe lang de voorlopige hechtenis mag voortduren.

Algemene bepalingen
Peru heeft een nieuw strafprocesrechtelijk systeem geïmplementeerd met het nieuwe Codigo Procesal Penal (2004), dat een snellere en effectievere berechting moet bewerkstelligen. Daarnaast zou er in dit nieuwe systeem de naleving van de mensenrechten beter zijn gewaarborgd. Het nieuwe strafvorderlijke systeem kan worden onderverdeeld in drie stadia: het voorbereidend onderzoek, de tussenfase en het onderzoek ter terechtzitting.

In het voorbereidend onderzoek wordt aan het Openbaar Ministerie het exclusieve recht om te vervolgen – het zogenaamde vervolgingsmonopolie - gegeven. Bovendien ligt de bewijslast bij het Openbaar ministerie, dat tevens is belast met de leiding over het opsporingsonderzoek.

Het doel van het voorbereidend onderzoek is om een eventuele strafrechtelijke vervolging in te stellen. In deze fase wordt onder andere gekeken naar de aard van het delict, de omstandigheden van het geval en de schade die is veroorzaakt. Indien een gedetineerde bekend dan kan Justitie in deze fase al tot een (lagere) strafeis komen of een deal sluiten met de gedetineerde.

In de tussenfase wordt een beslissing genomen over de vraag of voldoende gronden aanwezig zijn om de zaak ter beoordeling aan een rechter voor te leggen. Deze beslissing wordt genomen door de onderzoeksrechter – te vergelijken met de Nederlandse rechter-commissaris. De onderzoeksrechter hoort zowel de verdachte als de officier van justitie voordat hij tot een beslissing komt. In deze fase van het geding wordt veelal ook de strafeis geformuleerd.

Het onderzoek ter terechtzitting is openbaar, mondeling en onmiddellijk. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie moet in staat gesteld worden het bewijs aan de kaak te stellen. Dit vloeit voort uit het “onmiddellijkheidsbeginsel” en het beginsel van “equality of arms”.

De behandeling van de zaak gedurende het onderzoek ter terechtzitting wordt voorgezeten door drie rechters, die beraadslagen over het bewijs en de verklaringen voordat ze tot een oordeel komen.

Zowel de verdachte als het openbaar ministerie kan hoger beroep instellen bij het Hooggerechtshof (la Corte Superior) en vervolgens cassatie bij de Hoge Raad (la Corte Suprema).

In het wetboek van Strafvordering wordt tevens geregeld dat een verdachte in alle fasen van het onderzoek recht heeft op juridische bijstand en, indien nodig, op een tolk.

Arrestatie
Wanneer iemand verdacht wordt van een delict waarop een gevangenisstraf staat, kan een arrestatiebevel uitgegeven worden. Zonder dit arrestatiebevel kunt u niet worden opgepakt. Dit is echter anders indien sprake is van een aanhouding op heterdaad; in een dergelijke situatie is een arrestatiebevel niet vereist. Het arrestatiebevel heeft een geldigheidsduur van zes maanden.

Bij drugsmisdrijven heeft het arrestatiebevel géén vervaldatum. Deze blijft geldig totdat het arrestatiebevel daadwerkelijk ten uitvoer is gelegd.

Na de aanhouding wordt de gedetineerde door de politie in bewaring gesteld (la detencion policial). Deze procedure is geregeld in de Peruaanse grondwet. Op het politiebureau kunt u maximaal 24 uur worden vastgehouden. Bij terroristische en drugsmisdrijven is dat vijftien dagen met een eventuele verlenging van vijftien dagen (artikel 2(24)(f) van de Peruaanse Constitutie). Artikel 2(24)(f) van de Peruaanse Constitutie moet worden gezien als een aanvulling op het Peruaanse wetboek van strafvordering.

Voorlopige hechtenis
Als er een officiële aanklacht ligt door de officier van justitie wordt de opdracht gegeven tot voorlopige hechtenis (la prisión preventiva) wegens verdenking van een misdrijf. U bevindt zich dan in het eerste stadium van het strafvorderlijke systeem: het voorbereidend onderzoek.

De duur van de voorlopige hechtenis mag op grond van het “nieuwe” strafvorderlijke systeem niet meer bedragen dan negen maanden. Deze termijn kan echter met nog eens negen maanden worden verlengd indien het om een complex onderzoek gaat (artikel 272 Codigó Procesal Penal). Ingeval sprake is van bijzondere omstandigheden kan de termijn hierna nogmaals met achttien maanden worden verlengd. In totaal kan de voorlopige hechtenis dus oplopen tot 36 maanden. De officier van justitie dient voor deze laatste verlenging een officiële aanvraag in te dienen bij de rechter. De rechter dient vervolgens een hoorzitting in te plannen binnen drie dagen. Na het horen van beide partijen moet de rechter binnen 72 uur na de hoorzitting uitspraak doen over de verlenging van het voorarrest.

Zowel bij het politieverhoor als bij het verhoor door de officier van justitie heeft u het recht om te zwijgen.

Gerechtelijke procedure
De gang van zaken tijdens de rechtszaak wordt weergegeven in het Wetboek van Strafvordering (Código Procesal Penal), artikel 375 en verder. De rechtszittingen in Peru zijn in principe openbaar.

Een gerechtelijke procedure ziet er globaal als volgt uit (artikel 376 t/m 391):

  • Identificatie van de verdachte
  • Het horen van getuigen en deskundigen
  • Onderzoek naar het materieel bewijs
  • Pleidooi van de openbare aanklager
  • Pleidooi van de advocaat
  • Laatste woord verdachte
  • Beraadslaging door de rechter
  • Uitspraak door de rechter

Tegen de beslissing van de rechtbank kan beroep worden ingesteld bij La Corta Superior (artikel 421 e.v.). Tegen de beslissing van La Corta Superior kan in cassatie worden gegaan bij La Corta suprema (artikel 427 e.v.).

Mogelijkheden straftijdverkortingen
In Peru zijn er verschillende mogelijkheden om straftijdverkorting te krijgen. De belangrijkste zijn:

  • Gratie, op grond van deze regeling is het mogelijk om op grond van (zeer) bijzondere omstandigheden de President van Peru te verzoeken om gratie. In de praktijk wordt dit zelden toegekend;
  • Semi-libertad, op grond van deze regeling is het mogelijk een verzoek in te dienen om de gevangenis vroegtijdig te verlaten. U mag echter het land niet verlaten;
  • Liberación Conditional, deze regeling is vergelijkbaar met semi-libertad. Verschil is echter dat er een groter gedeelte van de straf moet zijn uitgezeten voordat er een beroep op deze regeling kan worden gedaan. Bovendien gaat het bij deze regeling om ander soortige delicten.

Indien u meer wil weten over de inhoud en toepasbaarheid van bovenstaande regelingen kunt u contact opnemen met PrisonLAW.

Referenties:


Knelpunten Peruaanse rechtsgang

Voorarrest / voorlopige hechtenis
De termijnen van de voorlopige hechtenis zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. In de praktijk worden deze termijnen echter vaak overschreden. Ook al staat in het wetboek dat sprake moet zijn van bijzondere/complexe omstandigheden voor de verlenging van de termijn voor voorlopige hechtenis, in de praktijk is deze verlenging vanzelfsprekend. De voorlopige hechtenis wordt vrijwel automatisch verlengd (zonder inhoudelijke toetsing), en een eventuele opheffing van de voorlopige hechtenis is een uitzondering. Deze lange perioden van voorlopige hechtenis, voor de plegers van allerlei delicten, zorgen voor extra druk op toch al zo overvolle gevangenissen. De verdachten die in voorarrest zitten verblijven vaak in dezelfde inrichtingen als gedetineerden die al onherroepelijk zijn veroordeeld.
Juridische bijstand

Het recht op juridische bijstand, in verschillende fasen van de vervolging en het proces, wordt gegarandeerd in het Wetboek van Strafprocesrecht. Helaas blijkt dat verdachten vaak geen of (te) laat in het proces toegang krijgen tot juridische bijstand. Wanneer een verdachte wel een advocaat heeft en bijvoorbeeld in de gevangenis verblijft, is het vaak zo dat er geen mogelijkheid is voor vertrouwelijke communicatie tussen advocaat en cliënt. Dit is in strijd met diverse mensenrechtenverdragen die door Peru zijn ondertekend.

Reglementen gevangenissen
In het reglement van de gevangenishandhaving (CEP: Código de Ejecución Penitenciaria) zijn regels opgesteld omtrent de leiding, controle en administratie van het Peruaanse gevangenissysteem.

Aanvullend op dit reglement maken de gevangenissen hun eigen huisregels. In praktijk blijken deze huisregels nogal eens af te wijken van het voorgeschreven reglement, nationaal recht en zelfs van de internationale verdragen.


Gevangenissen

De omstandigheden in de gevangenissen in Peru zijn zwaar. Er zijn door Peru verschillende internationale mensenrechtenverdragen ondertekend en geratificeerd, in de praktijk blijkt nogal eens van deze verdragen afgeweken te worden. Op basis van de inhoud van rapportages van de VN en het Rode Kruis kan geconcludeerd worden dat vooral overbevolking, slechte sanitaire voorzieningen en intimidatie in de gevangenissen door medegedetineerden voor problemen zorgen. De Verenigde Naties en het Rode Kruis voeren regelmatig controlebezoeken uit om de naleving van diverse internationale verdragen en richtlijnen te controleren. De omstandigheden in de gevangenissen in Peru worden in de volgende paragrafen toegelicht.

5.1 Overbevolking
Een van de grootste problemen van de gevangenissen in Peru is overbevolking. Er zijn meer gedetineerden dan de maximale capaciteit van de gevangenis toelaat. In 2010 had Peru een gevangenenpopulatie van 44.735 personen, terwijl op grond van de gevangenissencapaciteit maar 24.961 personen werden toegestaan. In de afgelopen jaren (2000-2010) is de omvang van de gevangenispopulatie alleen maar toegenomen, terwijl de omstandigheden in de gevangenissen zijn verslechterd. Dit geldt ook voor de vrouwengevangenissen. Het komt veelal voor dat door een tekort aan cellen gevangenen in gezamenlijke ruimtes moeten slapen en zelfs in de gangen tegen elkaar aan liggen. De criminaliteit, onveiligheid en de sociale onrust in de gevangenissen zijn als gevolg hiervan toegenomen. Bezuinigingsmaatregelen van de Peruaanse overheid hebben hierin een groot aandeel.

Er zijn verschillende oorzaken voor deze hoge mate van overbevolking. Verdachten die in voorlopige hechtenis zijn genomen verblijven in dezelfde gevangenissen waar ook de onherroepelijk veroordeelde gedetineerden verblijven. Dit zorgt voor overbelasting in de gevangenis. Bovendien is de periode van voorarrest van lange duur, terwijl deze ook nog behoorlijk verlengd kan worden. Ook verdachten van relatief kleine vergrijpen worden vaak in voorlopige hechtenis genomen, waardoor de gevangenispopulatie alleen maar toeneemt. Ook wordt in Peru voor veel strafbare feiten (zowel lichte als zware delicten) een gevangenisstraf opgelegd; alternatieve sancties zijn nog nauwelijks aan de orde. Bovendien kunnen delinquenten die een geldboete opgelegd hebben gekregen deze vaak niet betalen, zodat ze alsnog in vervangende hechtenis worden genomen. Dit resulteert in nog meer gedetineerden in de al overbevolkte gevangenissen.

De overbevolking van de gevangenissen heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid van de gedetineerden, de hygiëne en sanitaire voorzieningen. Ziektes en gezondheidsproblemen verspreiden zich sneller in de overvolle gevangenissen. Ook kan overbevolking resulteren in een gebrek aan voedsel en drinkwater. Bovendien leidt overbevolking tot spanning tussen de gedetineerden zelf en tussen de gedetineerden en de bewakers. Hierdoor neemt het aantal geweldsincidenten en daarmee de onveiligheid voor de gedetineerden toe.

5.2 Gezondheid

Doordat er in de gevangenis onvoldoende voedzaam voedsel en schoon drinkwater beschikbaar is, gaat de gezondheid van de gevangenen eveneens achteruit. Vaak hebben gevangenen beperkte toegang tot een douche of tot stromend water en zijn keukenvoorzieningen onhygiënisch. Omdat tevens de sanitaire voorzieningen (in de overbevolkte cellen fungeert een gat in de grond meestal als toilet) te wensen overlaten, is de gevangenis een broedplaats voor ziekten, die allerlei gezondheidsproblemen veroorzaken. Voornamelijk tuberculose en HIV/AIDS is een ziekte die vaak voorkomt.

5.3 Medische hulp
In de Peruaanse gevangenissen zijn de basisvoorzieningen voor medische zorg aanwezig, maar over het algemeen blijft deze medische zorg beperkt tot het hoogst noodzakelijke. De kwaliteit van de medische zorg verschilt per gevangenis, maar is over het algemeen slecht. Ook een tekort aan dokters zorgt voor een verslechtering van de medische omstandigheden. Overigens moet er voor medicijnen bijna altijd betaald worden.

Er is veel drugs voorhanden in de gevangenissen, dit zorgt voor problemen. Voornamelijk wanneer gedetineerden verslaafd zijn aan drugs worden ze niet behandeld zoals dat zou moeten zijn.

5.4 Contact met de buitenwereld
Er zijn mogelijkheden om gedetineerden te bezoeken in de Peruaanse gevangenissen.

Op officiële bezoekdagen kan bezoek van familieleden ontvangen worden. Deze officiële bezoekdagen zijn per gevangenis verschillend. Om het regelen van het bezoek te vergemakkelijken kan het ministerie van Buitenlandse Zaken worden ingeschakeld.

De praktijk leert dat de lokale advocaten hun cliënten niet of nauwelijks bezoeken. Wanneer PrisonLAW gedetineerden bezoekt in Peru wordt er altijd voor gezorgd dat cliënten minimaal één keer kunnen worden bezocht.

Het is eveneens mogelijk om in de gevangenis brieven te verzenden of ontvangen. Deze brieven kunnen in het Nederlands geschreven worden. Bovendien is het mogelijk om pakketten te ontvangen. Hier liggen wel beperkingen op, deze zijn per gevangenis verschillend. Zo is het niet mogelijk om glazen potten, petjes, zonnebrillen, schoenen met hakken of alcohol te verzenden. Reken er in ieder geval op dat pakketten worden opengemaakt en gecontroleerd.

5.5 Corruptie
Zolang een gedetineerde geld tot zijn beschikking heeft, is veel mogelijk. Er moet vaak extra betaald worden voor meer of beter voedsel, recreatietijd, goede baantjes, bezoektijd, dekens, zeep et cetera. Alles kost geld.

Eén van de oorzaken van de corruptie van het gevangenispersoneel is dat het salaris dat zij ontvangen (en waarvan zij hun gezin moeten onderhouden) vaak heel laag is. Het gevangenispersoneel vult dit salaris aan door het ontvangen van geld van gedetineerden.

Uit rapportages van de UN blijkt bovendien dat het voorkomt dat gevangenen worden misbruikt door gevangenispersoneel en gevangenisbewaarders. Dit komt mede doordat bewakers geen enkele training krijgen voordat ze in de gevangenis gaan werken.

 

Referenties:

Human Rights Report 2010: Peru, geraadpleegd via: http://www.state.gov/j/drl/rls/hrrpt/2010/wha/154516.htm .

Transnational institute drugs and demorcracy (TNI), geraadpleegd via: http://www.druglawreform.info/en/publications/systems-overload/item/875-drug-laws-and-prisons-in-peru


Conclusie

Helaas is het zo dat er in Peru nog steeds discrepanties bestaan tussen wat er voorgeschreven wordt door Internationale wetgeving, de Grondwet, het wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en met wat er in de praktijk gebeurt. Dit blijkt onder andere uit rapportages van de UN. Geconcludeerd kan worden dat mensenrechtenschendingen nog steeds aan de orde van de dag zijn.