Verenigde Staten

Geschiedenis

De eerste ontdekkingsreizigers
De inheemse bevolking op het Amerikaanse continent, waarvan aangenomen wordt dat ze via Azië daar terecht is gekomen, leeft er al zo’n 40.000 jaar. Toen Christopher Columbus in 1492 arriveerde bij een aantal Caribische eilanden, maakte hij als eerste contact met deze bevolking. Op 2 april 1513 kwam de Spaanse ontdekkingsreiziger Juan Ponce de León als eerste Europeaan aan in wat hij ‘La Florida’ noemde. Vele ontdekkingsreizigers volgden en zo ontstonden er Spaanse, Franse, Engelse, Zweedse en Nederlandse gebieden in het continent dat later de Verenigde Staten van Amerika werd. De Zweden raakten al in 1655 hun gebied kwijt aan de Nederlandse kolonisten. De Engels-Nederlandse Oorlogen, ook bekend als de Engelse Zeeoorlogen, zorgden er rond 1674 voor dat de Nederlanders op hun beurt hun gebied kwijtraakten aan de Engelsen. Terwijl de Engelsen met succes een groot deel van het oosten hadden gekoloniseerd, was een groot deel van het middenwesten in handen van de Fransen en het zuidwesten in handen van de Spanjaarden. Toen in 1732 Georgia werd gekoloniseerd door de Engelsen waren de dertien Engelse koloniën die later de eerste Unie zouden vormen een feit.

De oorspronkelijke 13 staten
De spanning tussen de Engelse kolonisten en het moederland in de jaren 60 en 70 van de achttiende eeuw leidde tot de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, die gevochten werd van 1775 tot 1781. De onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776, grotendeels door Thomas Jefferson geschreven, werd aangenomen door vertegenwoordigers van de 13 koloniën. Zij verklaarden zich onafhankelijk van Engeland en verkondigden dat de 13 koloniën soevereine staten waren. De Verenigde Staten van Amerika werden pas in 1783 erkend door Groot-Brittannië. In de eeuw die volgde kochten de Verenigde Staten de overige gebieden waardoor de Verenigde Staten van Amerika hun huidige vorm kregen.