Dominicaanse Republiek

Artikelindex

Internationale verdragen en geldende mensenrechten

Het democratiseringsproces op de Dominicaanse Republiek is de laatste jaren vooruit gegaan. Daarmee is de aandacht voor de bescherming van de mensenrechten eveneens gegroeid. Desondanks komen ernstige mensenrechtenschendingen nog steeds voor. De Dominicaanse Republiek is toegetreden tot de volgende verdragen: het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (IVBPR, toegetreden middels “accession” in 1978), TheUnited Nations Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (UNCAT, ondertekend in 1985 en geratificeerd op 24 januari 2012) en The American Convention on Human Rights (geratificeerd in 1978).

2.1 Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten
Zoals hierboven gesteld is de Dominicaanse Republiek toegetreden tot het IVBPR door middel van ‘accession’. Op deze manier heeft de Dominicaanse Republiek via een formele brief aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties laten weten juridisch verbonden te zijn met het verdrag. ‘Accession’ tot een verdrag heeft dezelfde directe werking als ratificatie, enig verschil is dat er geen officiële handtekening onder het verdrag is gezet. Het verdrag heeft directe werking in het Dominicaanse recht.

In het IVBPR worden diverse rechten en vrijheden van burgers vastgelegd. Een inbreuk op deze fundamentele vrijheden en rechten van de mens is in strijd met het internationale recht.

Onder andere de volgende burgerrechten zijn vastgelegd in het IVBPR: het recht om gevrijwaard te blijven van discriminatie, het recht om gevrijwaard te blijven van foltering en wrede of inhumane behandeling of bestraffing, het recht op menselijke behandeling wanneer iemand van zijn vrijheid beroofd wordt en het recht op gelijke behandeling. In het IVBPR is ook vastgelegd dat er een juridische grond nodig is om iemand te kunnen veroordelen voor een bepaald feit.

In het IVBPR wordt tevens het recht op leven gegarandeerd. Dit wil echter niet zeggen dat de doodstraf in strijd is met het internationaal recht. Artikel 6 van het IVBPR stelt namelijk dat de doodstraf uitgevoerd mag worden, mits deze straf beperkt wordt tot de meest zware misdrijven. Hieruit moet worden opgemaakt dat de doodstraf alleen in zeer uitzonderlijke gevallen opgelegd zou moeten worden.

Uit de bepalingen van het IVBPR vloeien ook een aantal procedurele rechten voort. Hierbij moet gedacht worden aan het recht om onmiddellijk geïnformeerd te worden van de reden van arrestatie, het recht om de rechtmatigheid van detentie te laten bepalen, het recht om binnen een redelijke termijn berecht te worden en het recht om onschuldig gehouden te worden totdat de schuld bewezen is.

Bovendien worden er in het IVPR een aantal minimumgaranties gesteld waar een ieder recht op heeft bij een ingestelde strafvervolging (artikel 9 IVBPR). Deze minimumgaranties behelzen onder andere: het recht om onmiddellijk op de hoogte gesteld te worden van de beschuldiging, het recht op toegang tot een zelfgekozen raadsman, het recht om zonder onredelijke vertraging berecht te worden, het recht op rechtsbijstand in alle fasen van de vervolging, het recht getuigen te ondervragen en getuigen op te roepen, het recht op een tolk en het recht om niet gedwongen te worden tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen.

2.2 The United Nations Convention against Torture and other Cruel, Imhuman or Degrading Treatment or Punishment (UNCAT)
De Dominicaanse Republiek is verdragspartij bij de UN Convention against Torture and other Cruel, Imhuman or Degrading Treatment or Punishment. Dit verdrag ziet erop toe dat een ieder in de verdragslanden gevrijwaard blijft van marteling, mishandeling, wrede en onmenselijke behandeling en bestraffing.

Uit de inhoud van rapportages van Amnesty International blijkt dat er nog steeds klachten binnenkomen van gedetineerden op de Dominicaanse Republiek over marteling en ill treatment binnen de gevangenis. Dit punt verdient nog steeds aandacht.

Omdat de Dominicaanse Republiek het verdrag pas op 24 januari 2012 heeft geratificeerd is er door The Committee Against Torture (CAT) nog geen onderzoek gedaan naar marteling en ill treatment binnen de gevangenissen op de Dominicaanse Republiek. Wel heeft de The Human Rights Committee in maart 2012 een rapport uitgebracht over de mensenrechtensituatie op de Dominicaanse Republiek. Hierover meer in paragraaf 2.4.

2.3 The American Convention on Human Rights
The American Convention on Human Rights is een internationaal mensenrechteninstrument en in 1978 geratificeerd door de Domincaanse Republiek. Het doel van de conventie is om een positie te creëren van persoonlijke vrijheid en sociale vaardigheid op basis van respect voor de rechten van de mens. In de jaren na het ontstaan van de conventie zijn er aan de conventie nog twee protocollen toegevoegd. Het eerste protocol was het Additional Protocol to the American Convention on Human Rights in the area of Economic, Social, and Cultural Rights en het tweede protocol was het Protocol to the American Convention on Human Rights to Abolish the Death Penalty. De Dominicaanse Republiek heeft beide protocollen niet geratificeerd.

2.4 Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners
In 1955 zijn de Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners opgesteld door de United Nations. Dit verdrag is niet bindend, maar geeft richtlijnen aan voor de behandeling van gevangenen en de omstandigheden in gevangenissen.

Zo worden richtlijnen gesteld ten aanzien van de accommodatie van de gevangenen (bijvoorbeeld een eigen cel, voldoende ventilatie, voldoende licht, voldoende sanitaire voorzieningen). Tevens worden richtlijnen opgesteld ter bescherming van de persoonlijke hygiëne van gevangenen, de kleding en slaapplekken van gevangenen, het voedsel en drinkwater, de mogelijkheid tot lichaamsbeweging en de toegang tot medische hulpverlening. Ook zijn er richtlijnen in dit verdrag opgenomen die betrekking hebben op de bestraffing en disciplinering van gevangenen. Volgens de richtlijnen moet er in iedere gevangenis de mogelijkheid zijn om bij een onafhankelijke commissie klachten in te dienen. Ook wordt gesteld dat gevangenen contact met de buitenwereld moeten kunnen onderhouden en vrij moeten zijn in het belijden van godsdienst.

Opgemerkt dient te worden dat de Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners enkel richtlijnen zijn. Deze richtlijnen zijn niet van rechtswege afdwingbaar. Overheden zijn niet verplicht zich aan deze richtlijnen te houden.

2.5 Controle op de naleving van internationale mensenrechtenverdragen
Het op papier erkennen van mensenrechten is iets anders is dan het in praktijk beschermen van de mensenrechten. Daarom is het van belang dat de naleving van de internationale mensenrechtenverdragen gecontroleerd wordt.

De United Nations houdt toezicht op de naleving van internationale mensenrechtenverdragen. De verdragspartijen zijn verplicht om regelmatig verslag te doen bij de United Nations over hoe de naleving van het verdrag in de praktijk uitpakt.

In maart 2012 heeft het Human Rights Committee een rapport uitgebracht over de naleving van het verdrag inzake Burgerlijke en Politieke rechten en de mensenrechtensituatie op de Dominicaanse Republiek. In het rapport zijn als positieve aspecten genoemd: de inwerkingtreding van een nieuwe grondwet in 2010 en de ratificatie van de Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment in januari 2012. Daarentegen spreekt de commissie zijn bezorgdheid uit over het feit dat er na meer dan tien jaar na het ontstaan van het Bureau van de Ombudsman nog steeds geen Ombudsman zelf aangewezen is en het instituut nog niet in werking is. Een andere bezorgdheid is gericht tegen het feit dat er door politie en andere ambtenaren (zoals militairen) te veel buitensporig geweld wordt gebruikt, voornamelijk in gevangenissen. Er wordt door de commissie aanbevolen om een onpartijdig mechanisme aan te stellen dat buitensporig geweld door politieambtenaren (in gevangenissen) gaat onderzoeken. Een andere aanbeveling van de commissie richt zich tegen feit dat het nieuwe gevangenismodel van the Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners (paragraaf 2.4) nog niet is geïmplementeerd door de Dominicaanse Republiek. De commissie stelt eveneens dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van alternatieven op gevangenisstraf, zoals elektronisch toezicht en voorwaardelijke invrijheidstelling.

Er zijn ook andere instellingen die toezicht houden op de naleving van wetten en verdragen door andere landen. Zo houden de Inter-American Commission on Human Rights en de Inter-American Court of Human Rights beiden toezicht op de naleving van de American Convention of Human Rights. Middels rechterlijke uitspraken is de Dominicaanse Republiek in 2009, 2010 en 2011 nog gewezen op het feit dat ze zich moeten houden aan de verdragsrechtelijke bepalingen.

Een ander voorbeeld is de Foreign Relations Organisation van de Verenigde Staten (FAA). Zo staat de Dominicaanse Republiek op de waarschuwingslijst van de FAA over landen die in de gaten moeten worden gehouden met betrekking tot drugshandel. Wanneer de landen op deze waarschuwingslijst zich niet houden aan de anti-drugs maatregelen kunnen er sancties volgen. De Dominicaanse Republiek heeft in de laatste jaren geen sancties opgelegd gekregen, maar staat nog wel op de waarschuwingslijst.

2.6 WOTS
De Dominicaanse Republiek is tot op heden geen verdragspartij bij het WOTS verdrag (Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen). Middels dit verdrag kunnen gevangenen onder bepaalde omstandigheden mogelijk (een deel van) hun straf uitzitten in een Nederlandse gevangenis. Het is op dit moment niet mogelijk om als Nederlandse gedetineerde op de Dominicaanse Republiek uitgeleverd te worden aan Nederland en de straf in Nederland uit te zitten. Wanneer in de toekomst het bilaterale verdrag ondertekend wordt zal dit, wanneer is voldaan aan bepaalde voorwaarden, wel mogelijk zijn. Op dit moment is het niet duidelijk of en wanneer Nederland met de Dominicaanse Republiek een WOTS verdrag zal sluiten.

Referenties: