Japan

Artikelindex

Regeringsvorm/politiek systeem 

De eerste grondwet (‘kenpo’) in Japan kwam tot stand tijdens de Meiji periode in 1889 maar toen lag het grootste deel van de macht bij de keizer. Het was dus nog geen echte democratische grondwet. Pas na de Tweede Wereldoorlog hebben de Amerikanen een (westerse) grondwet opgesteld en die is in 1946 van kracht geworden. Hierin ligt de macht bij het volk via verkiezingen en een democratisch gekozen parlement.

Formeel staat nog altijd de keizer (Akihito) aan het hoofd. Hij is het symbool van Japan en van de eenheid van het volk. De keizer heeft in 1947 van zijn politieke macht afstand gedaan en sindsdien berust de soevereiniteit bij het volk. De keizer heeft een ceremoniële functie en is in het Shintoïsme ook de hogepriester.

Japan is een democratie. De uitvoerende macht ligt bij het parlement (Kokkai/Diet). Volgens de Japanse grondwet is het parlement de belangrijkste van de drie machten. Het parlement bestaat uit twee kamers: het Lagerhuis (Shugiin) en het Hogerhuis (Sangiin). Het parlement instrueert de keizer bij de benoeming en het ontslag van de hoofden van de uitvoerende en rechterlijke macht. Het hoofd van de uitvoerende macht (premier of minister-president) wordt benoemd door de keizer op voordracht van het parlement. Hij moet burger zijn en lid van een van de twee Kamers. De Minister-president leidt het kabinet – de regering van Japan.

Het kabinet (Naikaku) bestaat uit de Minister-president en 14 andere leden, Minister van Staat genoemd. Het kabinet draagt een collectieve verantwoordelijkheid ten opzichte van het parlement en dient ontslag te nemen als er een motie van wantrouwen wordt goedgekeurd door het Lagerhuis.

De rechterlijke macht is onafhankelijk van de andere twee machten. De rechters worden benoemd door de keizer op voordracht van het parlement. De Japanse rechterlijke macht bestaat uit verschillende rechtbanken met als hoogste het Hooggerechtshof.