Indonesië

Artikelindex

Knelpunten rechtsgang in Indonesië

1. Corruptie van de politie

De politie wordt in Indonesië gezien als een corrupte en onbetrouwbare organisatie. Zo blijkt uit vele bronnen dat omkoping, afpersing en corruptie het handelen van de politie in Indonesië kenmerkt. Het omkopen van agenten om vervolging te voorkomen is aan de orde van de dag. Sterker nog, het blijkt dat sommige politiedepartementen populairder zijn dan andere departementen omdat deze lucratiever zijn. Er zijn verhalen bekend dat de meest populaire baan binnen het politiekorps de verkeerspolitie is. Daar is immers het meeste geld te verdienen doordat mensen hun overtredingen ‘afkopen’. De corruptie van de politie komt ook op andere momenten naar boven. Tijdens de politiedetentie blijkt omkoping noodzakelijk te zijn om voedsel te verkrijgen, maar ook voor het krijgen van een bed, medische hulp en het hebben van contact met familieleden. Een verklaring voor de normalisatie van de corruptie binnen de politie kan gevonden worden in de slechte arbeidsomstandigheden en minimale salarissen van politieagenten.

2. Lange duur en overcrowding politiedetentie

Volgens het Wetboek van Strafprocesrecht mogen verdachten in bepaalde gevallen gedurende 61 dagen gevangen gehouden worden in de politiecellen alvorens zij voor een rechter verschijnen. In praktijk blijkt het voorarrest van 61 dagen echter een standaardprocedure. De omstandigheden in de politiecellen zijn dikwijls voldoende voor een kort verblijf, voor een langer verblijf schieten de faciliteiten van de politiedetentie echter tekort. Dit langere verblijf in politiedetentie kan de kans op ill treatment vergroten. Tevens kan het zo zijn dat de zichtbare sporen van fysieke mishandeling verdwenen zijn tegen de tijd dat de verdachte na 61 dagen uit de politiedetentie vrijgelaten wordt verdwenen zijn. Dit kan een eventuele klachtenprocedure bemoeilijken.

Gezien de lange voorarrestperiode is er vaak sprake van overcrowding van de politiecellen. Dit kan resulteren in onmenselijke en mensonterende omstandigheden. In tegenstelling tot de internationaal geldende mensenrechten zijn er in de politiedetentie vaak geen gescheiden faciliteiten voor mannen, vrouwen en kinderen. Het gebrek aan gescheiden faciliteiten kan een risico op onderlinge mishandeling en seksueel misbruik veroorzaken. Voornamelijk de vrouwen en de kinderen lopen hierdoor een verhoogde kans op slachtofferschap.

3. Ill treatment door politie

Uit een uitgebreid rapport van Amnesty International (2009) blijkt dat het functioneren van de politie in Indonesië dikwijls gepaard gaat met grove mensenrechtenschendingen. Volgens Amnesty International is er sprake van een patroon van misdragingen van de politie jegens bepaalde groepen in de samenleving. Hierbij gaat het om de zwakkere groepen uit de samenleving, zoals kinderen, vrouwen, veelplegers en prostituees. De misdragingen van de politie jegens deze groepen zijn bijvoorbeeld excessief verbaal en fysiek geweld tijdens de arrestatie, het excessieve gebruik van vuurwapens, het verlenen van minimale toegang tot medische diensten tijdens de politiedetentie en marteling en ill treatment tijdens de arrestatie, de ondervraging en de detentie. Ook komt uit verschillende bronnen naar voren dat de politie tijdens het verhoren fysiek geweld gebruikt om de verdachten te dwingen tot een bekentenis of het leveren van bewijs tegen derden. Bovendien worden verdachten veelvuldig door middel van fysiek geweld gedwongen tot het tekenen van documenten. Dit fysieke geweld kan onder andere bestaan uit slaan met vuisten, stokken, kettingen, kabels en buizen, schoppen met zwaar schoeisel, elektrocutie en het schieten in de benen. Uit ditzelfde rapport blijkt dat ook de militaire politie, die bij uitzondering ook ingezet kan worden voor politietaken, zich veelvuldig schuldig maakt aan grove mensenrechtenschendingen tijdens het uitvoeren van de politietaak.

Een verklaring voor de veelvuldige mensenrechtenschendingen door politie en leger kan gevonden worden in de gebrekkige educatie van politieagenten en militairen. Er is onvoldoende voorlichting over mensenrechten en gedragscodes binnen deze organisaties. Hetgeen het disfunctioneren van de politie nog problematischer maakt is de mate van straffeloosheid in de praktijk. In het Wetboek van Strafrecht wordt de ill treatment van mensen strafbaar gesteld. In praktijk zijn er echter nauwelijks vervolgingen, laat staan veroordelingen van politieambtenaren of militairen die zich aan dit vergrijp schuldig hebben gemaakt. In enkele gevallen zijn politieagenten, gevangenisbewaarders of militairen vervolgd via de civiele weg. De meeste politieagenten die schuldig zijn bevonden hebben een interne disciplinaire sanctie gekregen. Hierbij moet gedacht worden aan een waarschuwingsbrief, uitstel van promotie of de oplegging van een korte gevangenisstraf. Het gebrek aan vervolging en veroordeling kan onder andere voortkomen uit het gebrek aan een onafhankelijke commissie die op een effectieve manier controle uitoefent en eventuele misstanden onderzoekt en veroordeeld. Er is geen onafhankelijke klachtencommissie voor burgers die willen klagen over het functioneren van politieambtenaren. De klachten moeten momenteel bij de politie, waarover juist geklaagd wordt ingediend worden. Verwacht kan dan ook worden dat burgers van deze manier van klagen liever geen gebruik maken of durven te maken.


Referenties

  • Amnesty International (2008). Indonesia: Amnesty International report: 2008.
  • Amnesty International (2009). Report: Unfinished business, police accountability in Indonesia.
  • United Nations (2008). Mission to Indonesia: Report of the special rapporteur on torture and other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment.
  • United Nations Committee against Torture (2008). Concluding observations of the committee against torture.

4. Gebrekkige toegang tot juridische bijstand en een tolk in alle fasen

In artikel 54, 55, 56, 62, 69, 70, 71 en 115 van het Wetboek van Strafprocesrecht is het recht op juridische bijstand in alle fasen van het onderzoek vastgelegd. Verdachten hebben tevens recht op de bijstand van een tolk wanneer dit nodig is om het onderzoek volledig te begrijpen (artikel 53). Opgemerkt dient te worden dat het recht op juridische bijstand in de Indonesische strafwet alleen betrekking heeft op werkdagen. Wanneer de arrestatie in het weekend geschiedt, is men niet verplicht de verdachte in contact te brengen met juridische bijstand, dit kan dan wachten tot de eerstvolgende werkdag. In principe is er sprake van vertrouwelijkheid in de communicatie tussen raadsheer en cliënt. Het Indonesische Strafprocesrecht heeft echter uitzonderingen geformuleerd. Zo mag de relatie tussen raadsheer en cliënt nauwlettend ‘in de gaten gehouden’ worden, wanneer de vermoedens bestaan dat deze relatie misbruikt wordt (artikel 70). Deze bepaling kan zorgen voor een inperking van het recht op vertrouwelijk communicatie, nergens is immers bepaald hoe sterk deze vermoedens moeten zijn en waar ze op gebaseerd moeten zijn.

Tegenstrijdig aan internationaal en nationaal geldend recht blijkt uit verschillende onderzoeken van Amnesty International en Human Rights Watch dat verdachten regelmatig de toegang tot een advocaat of tolk ontzegd wordt. Hierbij gaat het voornamelijk om de eerste fase van de arrestatie, de verhoren en het onderzoek voorafgaand aan de terechtzitting. In sommige gevallen hebben de verdachten geen juridische bijstand omdat zij hun rechten niet kennen. In de meeste gevallen ontbreekt juridische bijstand echter vanwege een gebrek aan beschikbare advocaten.


Referenties

  • Amnesty International (2004). Indonesia: a briefing on the death penalty.
  • Amnesty International (2008). Indonesia: Amnesty International report: 2008.
  • D. Fitzpatrick (2008). Culture, ideology and human rights: The case of Indonesia’s Code of Criminal Procedure. In: Indonesia: Law and society. Sydney: The Federation Press.
  • Human Rights Watch (1990). Prison conditions in Indonesia. New York: Human Rights Watch.
  • The Republic of Indonesia (1981). Lawbook on the Code of Criminal Procedure.

5. Corruptie van de rechterlijke macht

In principe zou het Indonesische systeem een onafhankelijke rechterlijke macht moeten verzekeren. Helaas blijkt uit bronnen dat het gerechtelijke systeem onderhevig is aan invloed van buitenaf (politici, bedrijfsleven en leger) en corruptie. Er zijn verhalen bekend dat het Openbaar Ministerie tegen betaling aanklachten heeft laten vallen. Tevens zijn er verhalen bekend van rechters die tegen betaling vrijspraken of een lichtere straf oplegden. Een verklaring voor de grote mate van corruptie kan onder andere gevonden worden in de lage salarissen die rechters ontvangen. Door de lage salarissen worden de rechters gestimuleerd om steekpenningen en geldbedragen te accepteren. Ook blijken de rechters gevoelig te zijn voor de druk vanuit de overheid, en lijken zij hun besluiten te laten beïnvloeden door deze druk.